Donaldsons toerako

Menelikornis leucotis donaldsoni

Log in om deze soort toe te voegen

De Donaldsons toerako (Synoniem: Witwangtoerako (donaldsoni)) behoort tot het geslacht Menelikornis uit de familie van Toerako's (Musophagidae).

De witwangtoerako komt voor in het zuiden van Ethiopi�, vooral in droge, bergachtige jeneverbesbossen ten zuiden van de Riftvallei, en in het westen van Somali�. Deze fraaie bosvogel is typerend voor hooglandbosgebieden, waar hij vaak in kleine familiegroepen leeft en zich voedt met fruit, bessen en jonge bladeren. Hij beweegt zich behendig door het gebladerte en is een opvallende verschijning met zijn contrastrijke kleuren. De witwangtoerako is niet zeldzaam in zijn leefgebied en kent een stabiele populatie.

Donaldsons toerako
White-cheeked Turaco (donaldsoni)
Wei�ohrturako (donaldsoni)
Touraco � joues blanches (donaldsoni)

Taxonomische indeling

Bird Order
Toerako's (Musophagiformes)
Bird Family
Toerako's (Musophagidae)
Bird Genus
Menelikornis

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Toerako's

Toerako’s zijn middelgrote, bos- / savanevogels afkomstig uit Afrika. Ze brengen veel tijd door in bomen en struiken en vragen in de avicultuur om ruime, groene volières met vlieg- en klimmogelijkheden en beschutting. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag

  • Huisvesting: ruime volière (5–10 m² per paar, minimaal 1,80m hoog) met vlieg- en springmogelijkheden, beplanting en takken; droog, tochtvrij binnenverblijf.
  • Klimaat: van nature tropische omstandigheden (maar ook met lage nachttemperaturen; temperatuur bij voorkeur boven 0 °C, in winter een vorstvrij of licht verwarmd binnenverblijf.
  • Sociaal: uitsluitend houden in paren.
  • Voeding: (ijzerarm) zachtvoer voor vruchtenetende vogels; vers fruit, bessen, bladgroen en minimalehoeveelheid insecten; altijd vers drink- en badwater.
  • Overig: rustige omgeving met veel verrijking, natuurlijke begroeiing en variatie in zitmogelijkheden.
     
Purperkuiftoerako

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogelsoort wordt wereldwijd beschouwd als een (bijna) bedreigde soort in het oorspronkelijke leefgebied, of de handel in deze soort kan hiertoe leiden. 
Deze soort staat daarom op Bijlage B van de Europese Verordening en CITES appendix II. 

Binnen de avicultuur (in volière-milieu) mag deze soort alleen worden gehouden, gefokt of verhandeld als de legale herkomst kan worden aangetoond. De lidstaten aangesloten bij het CITES-verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna) hebben internationale regels opgesteld die het houden, fokken en verhandelen van deze dieren onder strikte voorwaarden mogelijk maakt. 

In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De houder de dient legale herkomst van de vogel aan te tonen:

  • De vogel is voorzien van een uniek merkteken. In het geval van vogels is dit een naadloos gesloten pootring die bij een volwassen vogel niet meer van de poot kan worden verwijderd.
  • Bij elke overdracht dient een herkomstverklaring/ overdrachtsverklaring te worden opgemaakt en ondertekend door de afgevende en ontvangende partij.
  • Let op: bij controle dienen ook gegevens van de ouderdieren én grootouderdieren getoond te kunnen worden.  

Man:
Het mannetje heeft een glanzend zwarte kuif die hoog en rechtop staat. Het verenkleed is overwegend zwart met een metaalgroene glans op rug en vleugels. De vleugeldekveren zijn donker, maar bij uitgespreide vleugels valt de kastanjebruine slagpennenbasis op. Het meest kenmerkend zijn de witte wangen en oorstreek, die scherp contrasteren met de zwarte kop en kuif. De snavel is kort, stevig en zwart. De poten zijn donkergrijs tot zwart. De iris is bruin, omgeven door een rood, naakt stukje huid rond het oog.

Vrouw:
Het vrouwtje is vrijwel gelijk aan het mannetje in verenkleed en kuifvorm. Bij nadere beschouwing is zij doorgaans iets kleiner en heeft een subtiel doffere glans op de rugveren. Snavel, poten en oogkenmerken zijn identiek aan die van het mannetje.

Juveniel:
Jonge vogels lijken sterk op de volwassen dieren, maar zijn doffer zwartbruin in plaats van glanzend zwart. De witte oorvlek is vaak minder scherp afgetekend. De kuif is korter en minder compact. De iris is bruinachtig grijs, en de rode naakte huid rond het oog is nog niet volledig ontwikkeld.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met donkerbruin dons, lichter aan de buikzijde. Het gezicht is uniform donker zonder de contrasterende witte wangvlek die later verschijnt. De snavel en poten zijn grijs, de iris donkerbruin.