Vogel
Eidereend (amerikaanse)
Eidereend (amerikaanse)
Somateria mollissima dresseri
Log in om deze soort toe te voegenDe Eidereend (amerikaanse) (Synoniem: Amerikaanse eider) behoort tot het geslacht Somateria binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze zee-eend komt voor langs de noordwestelijke Atlantische kust en broedt in het zuidoosten van Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten. Hij bewoont vooral kustgebieden met diep water, waar hij zich voedt met weekdieren en schelpdieren die hij vaak geheel doorslikt. Deze soort is aangepast aan het leven op zee, duikt om voedsel te zoeken en broedt in kolonies langs rotsachtige kusten.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Somateria
Ringmaat
Man 13.0 mm Vrouw 13.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.
- Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
- Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels.
Wetgeving(en)
Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)
Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)
Deze vogel is inheems binnen de Europese Unie (EU) en behoort tot een beschermde soort onder de Europese Vogelrichtlijn.
Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden, gekweekt en verhandeld. De houder dient zelf aan te tonen dat de vogel legaal is gekweekt en verkregen.
De belangrijkste voorwaarden voor het mogen houden van deze vogels zijn:
- De vogel is voorzien van een naadloos gesloten pootring van de juiste ringmaat, welke is verkregen via de daartoe bevoegde organisaties (zoals Aviornis International Nederland).
- Andere bewijsstukken (zoals een herkomstverklaring) kunnen bijdragen aan de aantoonbaarheid van legale herkomst.
Man:
Het mannetje heeft een zwart-wit verenkleed met een zachtgroene waas op de achterzijde van de kop en nek. De rug, borst en buik zijn wit, terwijl de flanken en onderstaart zwart zijn. De kop is wit met een groene tint op de wangen en nek, en een zwarte kruin. Opvallend bij deze ondersoort zijn de sterk ontwikkelde, driehoekige lobben aan de snavelbasis die verder doorlopen dan bij de Europese ondersoorten. De snavel is hoornkleurig tot geelachtig, de poten zijn groenig grijs en de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje heeft een bruin tot donkerbruin verenkleed met een fijne bandering die uitstekende camouflage biedt in de broedgebieden. Ze is doorgaans donkerder gekleurd dan de Europese eidereenden, met een iets warmere, kastanjebruine tint. De snavel is donkergeel tot bruin, de poten grijsgroen en de iris donkerbruin.
Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op het vrouwtje, maar hebben een matter bruin kleed met grovere bandering. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen jonge mannetjes witte veren op borst en rug, waarna geleidelijk het volwassen zwart-witte kleed verschijnt.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met donkerbruin dons aan de bovenzijde en lichter grijsbruin dons aan de onderzijde. Ze hebben een kleine, donkergrijze snavel en grijsbruine poten. De iris is donker.