Vogel
Geelsnaveltaling (scherpvleugel)
Geelsnaveltaling (scherpvleugel)
Anas flavirostris oxyptera
Log in om deze soort toe te voegenDe Geelsnaveltaling (scherpvleugel) (Synoniem: Scherpvleugeltaling) behoort tot het geslacht Anas binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze Zuid-Amerikaanse eendensoort komt vooral voor in het hoge Andesgebergte van Peru en aangrenzende gebieden, waar de vogel te vinden is bij meren, rivieren en moerassen tot aan de kust. Hij geeft de voorkeur aan zoet- en brakwatermilieus, van hooggelegen puna�s tot lagere, vochtige valleien, waar hij in kleine groepen foerageert op waterplanten en ongewervelden. Het sociaal gedrag is uitgesproken; buiten het broedseizoen vormen zich grotere groepen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Anas
Ringmaat
Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.
- Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
- Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels.
Man:
Het mannetje heeft een fijn geschubd verenkleed: de kop en nek zijn lichtbruin met donkere streping, de borst en flanken zijn warmer bruin tot kastanjebruin, en de buik is vuilwit. De rug en bovenvleugels zijn donkerbruin met lichtere randen. De vleugels hebben een iriserend groene speculum, zwart omlijst. De snavel is helder geel met een brede zwarte dorsale band, kenmerkend voor de soort. De poten zijn grijsgeel tot oranje en de iris donkerbruin. Deze ondersoort is aangepast aan de hooggelegen meren van de Puna en is gemiddeld iets kleiner en donkerder van toon dan laaglandvogels.
Vrouw:
Het vrouwtje is qua verenkleed vrijwel identiek aan het mannetje en moeilijk te onderscheiden. Zij is gemiddeld iets kleiner en slanker gebouwd. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn grijzer en doffer, met een minder uitgesproken geschubd patroon en een vaag afgetekende speculum. De snavel is grijsgeel, met een minder contrasterende zwarte dorsale band. De poten zijn vleeskleurig tot grauw en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde met een geelachtig tot lichtbruine onderzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen, met lichtere wangen en keel. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.