Grijskop casarca

Tadorna cana

Log in om deze soort toe te voegen

De Grijskop casarca (Synoniem: Kaapse casarca) behoort tot het geslacht Tadorna binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

De Zuid-Afrikaanse shelduck is een grote, gan-achtige vogel die in het zuiden van Afrika voorkomt, voornamelijk in Namibi� en Zuid-Afrika. Deze vogels leven vooral bij meren en rivieren in open gebieden en broeden in verlaten holen van zoogdieren. Buiten de broedtijd zijn ze nomadisch en verplaatsen ze zich naar favoriete ruiplaatsen in het noordoosten tijdens de zuidelijke winter.

Grijskop casarca
South African Shelduck
Graukopfkasarka
Tadorne du Cap

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Tadorna

Ringmaat

Man 13.0 mm Vrouw 13.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.

  • Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
  • Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels. 
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Man:
Het mannetje heeft een opvallend verenkleed: de kop en hals zijn lichtgrijs, de borst en buik zijn kaneelrood tot kastanjebruin. De rug is donkerder kastanjebruin, terwijl de vleugels contrasterend wit zijn met zwarte slagpennen en een iriserend groene spiegel. De staart is zwart. De snavel is rood met een lichte knobbel aan de basis, de poten zijn roodachtig en de iris is bruin tot roodbruin. De algemene indruk is die van een fors gebouwde gansachtige eend.

Vrouw:
Het vrouwtje is qua verenkleed grotendeels gelijk aan het mannetje, maar mist de rode snavelknobbel. De kop is vaak lichter grijs, soms met een witachtige zweem rond het gezicht. Zij is gemiddeld iets kleiner en slanker van bouw. De snavel is rood maar zonder knobbel, de poten roodachtig en de iris donkerbruin.

Juveniel:
Juvenielen zijn matter van kleur. Het kastanjebruin van borst en buik is doffer en grijzer, de kop is egaler grijs zonder glans. De vleugelspiegel is aanwezig maar minder opvallend. De snavel is grijs tot roodachtig grijs, de poten vleeskleurig tot dof rood en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn donzig olijfbruin aan de bovenzijde met een lichtere, geelachtige onderzijde. Ze hebben donkere rugstrepen en een donkere kopkap met lichte wangen en keel. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 261
  • Tijdschrift 164