Vogel
Grijze bananeneter
Grijze bananeneter
Crinifer piscator
Log in om deze soort toe te voegenDe Grijze bananeneter behoort tot het geslacht Crinifer uit de familie van Toerako's (Musophagidae).
De grijze bananeneter is een vogelsoort uit de familie Musophagidae, die voorkomt van Senegal tot de Centraal-Afrikaanse Republiek en westelijk Congo-Kinshasa. Deze vogel bewoont open beboste savannes, landbouwgronden en bosranden, waar hij voornamelijk vruchten eet. De grijze bananeneter is een sedentaire soort die in groepen foerageert, vaak in de ochtend en late middag om van de koelere temperaturen te profiteren.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Toerako's (Musophagiformes)
- Bird Family
- Toerako's (Musophagidae)
- Bird Genus
- Crinifer
Ringmaat
Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mmWelzijnsadviezen
Toerako's
Toerako’s zijn middelgrote, bos- / savanevogels afkomstig uit Afrika. Ze brengen veel tijd door in bomen en struiken en vragen in de avicultuur om ruime, groene volières met vlieg- en klimmogelijkheden en beschutting. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag
- Huisvesting: ruime volière (5–10 m² per paar, minimaal 1,80m hoog) met vlieg- en springmogelijkheden, beplanting en takken; droog, tochtvrij binnenverblijf.
- Klimaat: van nature tropische omstandigheden (maar ook met lage nachttemperaturen; temperatuur bij voorkeur boven 0 °C, in winter een vorstvrij of licht verwarmd binnenverblijf.
- Sociaal: uitsluitend houden in paren.
- Voeding: (ijzerarm) zachtvoer voor vruchtenetende vogels; vers fruit, bessen, bladgroen en minimalehoeveelheid insecten; altijd vers drink- en badwater.
- Overig: rustige omgeving met veel verrijking, natuurlijke begroeiing en variatie in zitmogelijkheden.
Man:
Het mannetje is een middelgrote loerie van circa 50�55 cm lengte. Het verenkleed is overwegend grijs, met een opvallend lange, smalle kuif die rechtop gedragen wordt. De kop en hals zijn lichtgrijs, terwijl de rug en vleugels donkerder grijsbruin zijn. De borst en buik zijn lichter, vaak vuilwit tot lichtgrijs. De staart is lang en afgerond, donkergrijs met een brede witte eindband die in vlucht sterk contrasteert. De snavel is fors, kort gebogen en hoornkleurig tot geelachtig, vaak lichter aan de basis. De poten zijn donkergrijs en de iris bruin, met een smalle, onopvallende grijze oogringen.
Vrouw:
Het vrouwtje is vrijwel identiek aan het mannetje, zowel qua grootte als tekening, en is in het veld niet of nauwelijks te onderscheiden. Ze kan gemiddeld iets kleiner zijn en een kortere kuif hebben.
Juveniel:
Juvenielen zijn doffer en egaler bruingrijs gekleurd, met een kortere en minder ontwikkelde kuif. De staart is korter en de witte eindband smaller of nog onvolledig aanwezig. De snavel is donkerder grijs, de poten valer en de iris donkerbruin.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons. De bovenzijde is donkerder, de onderzijde vuilwit tot cr�me. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de ogen gesloten bij geboorte, later donkerbruin. De kuif en contrasterende staartband verschijnen pas in de eerste jeugdrui.