Vogel
Harlekijneend
Harlekijneend
Histrionicus histrionicus
Log in om deze soort toe te voegenDe Harlekijneend behoort tot het geslacht Histrionicus uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze vogelsoort is bekend om zijn opvallende uiterlijk en leefomgeving. Ze breiden voornamelijk in snelstromende bergrivieren in Noord-Amerika, Groenland, IJsland en oostelijk Rusland. In de winter verenigen ze zich op ruige kusten. Ze zijn uitstekende duikers en foerageren onder water op schaal- en schelpdieren, insecten en andere kleine dieren. Zij nestelen op de grond nabij rivieren en vormen langdurige monogame relaties.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Histrionicus
Ringmaat
Man 9.0 mm Vrouw 9.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.
- Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
- Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels.
Wetgeving(en)
Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)
Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)
Deze vogel is inheems binnen de Europese Unie (EU) en behoort tot een beschermde soort onder de Europese Vogelrichtlijn.
Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden, gekweekt en verhandeld. De houder dient zelf aan te tonen dat de vogel legaal is gekweekt en verkregen.
De belangrijkste voorwaarden voor het mogen houden van deze vogels zijn:
- De vogel is voorzien van een naadloos gesloten pootring van de juiste ringmaat, welke is verkregen via de daartoe bevoegde organisaties (zoals Aviornis International Nederland).
- Andere bewijsstukken (zoals een herkomstverklaring) kunnen bijdragen aan de aantoonbaarheid van legale herkomst.
Man:
Het mannetje is een kleine, compacte zee-eend met een zeer contrastrijk verenkleed. De basis is leigrijs tot zwart met kastanjebruine flanken. Opvallend zijn de scherpe witte vlekken: een grote ovale vlek achter het oog, een halvemaanvormige vlek op de zijkant van de borst, en witte strepen langs nek en rug. De kop is donkerblauwachtig grijs met subtiele iriserende tinten. De snavel is kort en grijsblauw, de poten zijn grijsgroen en de iris is donker.
Vrouw:
Het vrouwtje is veel bescheidener gekleurd. Zij is bruin tot donkerbruin met lichtere wangen en een onduidelijke, lichtgekleurde vlek achter het oog. De buik en borst zijn lichter bruin tot beige. De snavel is grijsbruin, de poten grijsgroen en de iris donker.
Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op het vrouwtje, maar zijn doffer van kleur en vertonen een meer uniforme bruine tekening. De lichte vlek achter het oog is kleiner en vager. De snavel is lichtgrijs, de poten vleeskleurig tot grijsgroen en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met donkerbruin dons op rug en kop, met een lichtere beige onderzijde. Vaak hebben ze al een vage lichte vlek achter het oog. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.