Hawaii gans

Branta sandvicensis

Log in om deze soort toe te voegen

De Hawaii gans (Synoniem: Nene, Hawaiigans) behoort tot het geslacht Branta binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze vogelsoort leeft voornamelijk op Hawaï en het naburige eiland Maui, in habitats variërend van graslanden en struikgewas tot droge bossen en vulkanische lavavelden. Ze zijn aangepast aan een grotendeels terrestrische levenswijze, voeden zich met diverse planten en vermijden water. Hun gedrag is tamelijk zachtaardig en ze broeden vaak onder inheemse of uitheemse vegetatie in verschillende hoogten.

Hawaii gans
Hawaiian Goose, Nene, Nene Goose
Hawaiigans
Bernache néné

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Branta

Ringmaat

Man 16.0 mm Vrouw 16.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.

  • Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
  • Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels. 
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage X

EU verordening bijlage X

Deze vogelsoort is opgenomen in Bijlage X van de Europese Verordening, een lijst met soorten waarvoor uitzonderingen gelden binnen de EU. 

De soort is wereldwijd opgenomen op CITES appendix I, maar wordt zó veelvuldig gefokt binnen de Europese Unie, dat het niet aannemelijk is dat er handel in wildgevangen exemplaren plaatsvindt van deze soort. Dit betekent dat voor deze vogelsoort een uitzondering geldt voor verplichtingen binnen de Europese Unie: 

  • Voor het houden, fokken en verhandelen binnen de EU is een merkteken (pootring) NIET verplicht.
  • Voor het houden, fokken en verhandelen binnen de EU is er geen administratieplicht.
  • Voor het houden, fokken en verhandelen binnen de EU is een overdrachtsverklaring of herkomstverklaring NIET verplicht.

Voor internationale handel, invoer en uitvoer gelden wel strikte regels.

Man:
Het mannetje heeft een bruin gestreept verenkleed op rug en flanken, met een lichte, geelachtig crèmekleurige hals die wordt omzoomd door donkere strepen. De kop en achterhals zijn zwart, contrasterend met de lichtere wangen en keel. De borst en buik zijn lichter bruin tot beige. De snavel is zwart, de poten zijn grijszwart en voorzien van gedeeltelijke zwemvliezen (minder ontwikkeld dan bij andere ganzen). De iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar is iets kleiner en fijner gebouwd. Het verenkleed is vrijwel identiek, zonder duidelijke geslachtsverschillen. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juveniele vogels zijn doffer gekleurd dan de volwassenen, met een grijzer kleed en minder contrastrijke halsstrepen. De snavel en poten zijn donkergrijs, de iris donker. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen ze de kenmerkende lichte hals en de zwarte kop.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met geel dons met bruine strepen over rug en kop voor camouflage. De onderzijde is lichter geel tot beige. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig tot grijsgroen en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 188
  • Tijdschrift 193
  • Tijdschrift 285