Kleine rietgans

Anser brachyrhynchus

Log in om deze soort toe te voegen

De Kleine rietgans behoort tot het geslacht Anser uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze middelgrote ganzensoort broedt in oost-Groenland, IJsland en Spitsbergen, vaak op kliffen nabij gletsjers om zich te beschermen tegen roofdieren. Ze migreren in de winter naar noordwest-Europa, waar ze voornamelijk op landbouwgronden voedsel zoeken. Hun dieet bestaat bijna uitsluitend uit planten, waaronder tundravoorjaar en wintergewassen. Ze zijn vocaal en leven vaak in grote groepen, waarbij jongen na uitkomen te voet naar nabijgelegen water lopen om vliegvlug te worden.

Kleine rietgans
Taiga Bean Goose
Kleine Rietgans
Anserelle naine

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Anser

Ringmaat

Man 16.0 mm Vrouw 16.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.

  • Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
  • Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels. 
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)

Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)

Deze vogel is inheems binnen de Europese Unie (EU) en behoort tot een beschermde soort onder de Europese Vogelrichtlijn. 

Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden, gekweekt en verhandeld. De houder dient zelf aan te tonen dat de vogel legaal is gekweekt en verkregen.

De belangrijkste voorwaarden voor het mogen houden van deze vogels zijn:

  • De vogel is voorzien van een naadloos gesloten pootring van de juiste ringmaat, welke is verkregen via de daartoe bevoegde organisaties (zoals Aviornis International Nederland).
  • Andere bewijsstukken (zoals een herkomstverklaring) kunnen bijdragen aan de aantoonbaarheid van legale herkomst.

Man:
Het mannetje is middelgroot en compact gebouwd. Het verenkleed is grijsbruin met duidelijke lichte veerranden, waardoor een geschubd patroon op rug en flanken ontstaat. De borst is meestal egaal lichtgrijs tot lichtbruin, de buik is wit met een scherpe overgang. De kop en nek zijn donkerbruin. De snavel is relatief kort en kenmerkend roze, met een zwarte basis en punt. De poten zijn roze en de iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is uiterlijk vrijwel identiek aan het mannetje, maar gemiddeld iets kleiner en slanker van bouw. De kleurtekening en snavelvorm zijn hetzelfde, zonder duidelijke seksuele dimorfie.

Juveniel:
Juveniele vogels zijn doffer bruin met minder contrastrijke lichte randen op de veren. De borst en flanken zijn grijzer en minder scherp getekend. De snavel is grijsachtig met slechts een vage roze tint, en de poten zijn vleeskleurig tot lichtroze. De iris is donker.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met geelgroen dons aan de bovenzijde, met donkerder olijfbruine strepen over rug en kop. De onderzijde is lichtgeel tot beige. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 240
  • Tijdschrift 159