Knobbelmeerkoet

Fulica cristata

Log in om deze soort toe te voegen

De Knobbelmeerkoet behoort tot het geslacht Fulica binnen de familie van Rallen, koeten (Rallidae).

Deze waterliefhebbende vogel komt voor in veel delen van Afrika en het zuidelijkste Spanje, vooral rond zoetwatermeren, vijvers en moerassen met veel waterplanten. Hij zwemt en duikt om voedsel te zoeken, zoals waterplanten en kleine dieren. Tijdens het broedseizoen bouwen partners samen een nest van waterplanten vlakbij het water en verdedigen ze hun territorium actief.

Knobbelmeerkoet
Red-knobbed Coot
Kammbl��huhn
Foulque � cr�te

Taxonomische indeling

Bird Order
Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
Bird Family
Rallen, hoentjes en koeten (Rallidae)
Bird Genus
Fulica

Ringmaat

Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mm

Welzijnsadviezen

Rallen en koeten

Rallen en koeten zijn overwegend moerasvogels die leven in waterrijke gebieden met dichte oeverbegroeiing. In de avicultuur vragen ze om rustige, goed beplante verblijven met voldoende water, dekking en mogelijkheden tot natuurlijk foerageer- en nestgedrag. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: buitenverblijf met open water (30–50 m² per paar, 0,5–1,5 m diep) en dichte oeverbegroeiing (riet, lisdodde, grassen); landgedeelte ± 10–15 m² per paar; drijvende of half drijvende platforms als rust- of nestplaatsen.
  • Klimaat: goed koudetolerant; buiten overwinteren op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij verblijf met water (>10 °C); beschutting tegen wind en regen aanbevolen.
  • Sociaal: houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – visuele afscheiding of aparte verblijven wenselijk; rustige omgeving voorkomt stress.
  • Voeding: watervogelpellets of omnivoor watervogelvoer; aanvullen met insecten, wormen, zaden en waterplanten; in kweek extra dierlijk eiwit (meelwormen, garnalen); altijd schoon zwem- en drinkwater.
  • Overig: uitstekende waterkwaliteit door filtratie of doorstroming; dichte begroeiing en schuilplekken essentieel; scherpe randen en drijfafval vermijden.
Huisvestingsrichtlijnen Rallen Koeten

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)

Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)

Deze vogel is inheems binnen de Europese Unie (EU) en behoort tot een beschermde soort onder de Europese Vogelrichtlijn. 

Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden, gekweekt en verhandeld. De houder dient zelf aan te tonen dat de vogel legaal is gekweekt en verkregen.

De belangrijkste voorwaarden voor het mogen houden van deze vogels zijn:

  • De vogel is voorzien van een naadloos gesloten pootring van de juiste ringmaat, welke is verkregen via de daartoe bevoegde organisaties (zoals Aviornis International Nederland).
  • Andere bewijsstukken (zoals een herkomstverklaring) kunnen bijdragen aan de aantoonbaarheid van legale herkomst.

Man:
De man heeft een overwegend zwart verenkleed met een subtiele blauwachtige glans. De kop is diepzwart, wat contrasteert met de felrode, naakte bulten op het voorhoofd. De snavel is wit met een lichte roze tint aan de basis. De ogen zijn donkerbruin met een smalle, onopvallende oogring. De poten zijn grijsachtig groen met een licht schubbige textuur. De vleugels zijn egaal zwart zonder zichtbare markeringen. De borst en buik zijn uniform zwart, zonder kleurvariaties.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar zwart verenkleed als de man, maar met minder glans. De kop is eveneens zwart, maar de rode bulten zijn iets minder prominent. De snavel is wit, soms met een subtiele roze tint. De ogen zijn donkerbruin, omgeven door een nauwelijks zichtbare oogring. De poten zijn grijsachtig groen, met een iets fijnere structuur dan bij de man. De vleugels zijn egaal zwart, zonder opvallende markeringen. De borst en buik zijn uniform zwart, zonder kleurverschillen.

Juveniel:
Juvenielen hebben een donkergrijs verenkleed met een matte uitstraling. De kop is lichter grijs, zonder de rode bulten van de volwassen vogels. De snavel is bleekgrijs met een witte punt. De ogen zijn donkerbruin, zonder opvallende oogring. De poten zijn grijsgroen, met een gladde textuur. De vleugels zijn donkergrijs, zonder duidelijke markeringen. De borst en buik zijn lichtgrijs, met een subtiele overgang naar donkerder tinten.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met zwart dons, met een oranjeachtige tint op de kop. De snavel is klein en bleekgrijs.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 170