Vogel
Muskuseend (wild)
Muskuseend (wild)
Cairina moschata
Log in om deze soort toe te voegenDe Muskuseend man (wild) (Synoniem: Wilde muskuseend) behoort tot het geslacht Cairina binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze vogelsoort is oorspronkelijk woonachtig in de tropische en subtropische regio's van Midden- en Zuid-Amerika, vari�rend van noordelijk Argentini� tot Mexico. Ze bewonen vochtige bossen, moerassen, rivieren en meren. Het zijn niet-migrerende vogels die 's nachts in bomen roosten. Hun voedsel bestaat uit plantmateriaal, kleine dieren en insecten. Ze zijn agressief en hebben de neiging om te vechten om voedsel of territorium. Domesticatie en introductie in andere regio's hebben hun verspreiding verder uitgebreid.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Cairina
Ringmaat
Man 16.0 mm Vrouw 14.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.
- Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
- Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels.
Man:
Het mannetje is een zeer forse eend, groter dan de meeste andere eendensoorten. Het verenkleed is overwegend glanzend zwart met groene en paarse iriserende tinten; bij sommige individuen komen witte vlekken voor op de vleugels of rug. De kop is deels bedekt met opvallende rode, wratachtige huid (carunkels), die het meest ontwikkeld is bij mannetjes. De snavel is zwart tot hoornkleurig met roze of rode zones, de poten zijn geel tot oranje, en de iris is donker.
Vrouw:
Het vrouwtje is duidelijk kleiner en slanker dan het mannetje. Het verenkleed is vergelijkbaar zwart met iriserende glans, maar vaak met meer wit op vleugels en onderzijde. De rode carunkels rond de snavel zijn aanwezig maar veel minder uitgesproken. De snavel is grijzer en de poten zijn geel tot doforanje; de iris is donkerbruin.
Juveniel:
Juvenielen zijn doffer en meer bruinzwart, zonder de sterke iriserende glans. De carunkels ontbreken nog of zijn slechts vaag ontwikkeld. De snavel is grijsachtig met een bleke punt, de poten vleeskleurig tot grauwgeel, en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn donzig geel aan de onderzijde en olijfbruin aan de bovenzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen met lichtere wangen en kin. De snavel is klein en grijsroze, de poten vleeskleurig en de iris donker.