Radjaheend (zwartrug)

Tadorna radjah radjah

Log in om deze soort toe te voegen

De Radjaheend (zwartrug) (Synoniem: Molukken Radjah eend) behoort tot het geslacht Tadorna binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze vogel komt voor in de mangrovebossen en langs kusten van Noord-Australië, Nieuw-Guinea en enkele Molukken. Hij leeft in ondiepe brak- of zoutwatergebieden zoals moerassen en lagunes, waar hij foerageert op weekdieren, insecten en planten. De vogel is vaak te zien in kleine groepjes, rustend in bomen of lopend langs modderige oeverzones, en broedt in boomholtes nabij water.

Radjaheend (zwartrug)
Raja Shelduck (black-backed)
Radjaente (schwarz Rücken)
Tadorne du Raja (dos noir)

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Tadorna

Ringmaat

Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.

  • Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
  • Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels. 
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Man:
Het mannetje heeft een overwegend wit verenkleed met contrasterende kastanjebruine banden. Over de borst loopt een brede kastanjebruine band, die doorloopt langs de flanken en de rug. De bovenvleugels zijn wit, met donkere slagpennen die in vlucht sterk contrasteren. De snavel is grijs tot lichtroze, de poten zijn bleekgrijs tot roze, en de iris is helder wit. In vergelijking met de kastanjebruine tekening is vaak iets smaller en lichter van tint.

Vrouw:
Het vrouwtje is vrijwel identiek aan het mannetje, maar gemiddeld iets kleiner en slanker. De kastanjebruine banden zijn soms matter of smaller. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.

Juveniel:
Juvenielen zijn grijzer en doffer van kleur, met een vuilwitte kop en onderzijde. De kastanjebruine borstband is zwak ontwikkeld of ontbreekt. De snavel is grijzer, de poten vleeskleurig tot grijs, en de iris donker, later oplichtend tot wit.

Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde en wit aan de onderzijde. Ze hebben een donkere kruinstreep en rugstrepen, met lichte wangen en een witte kinvlek. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 244
  • Tijdschrift 287