Witvleugelboseend

Asarcornis scutulata

Log in om deze soort toe te voegen

De Witvleugelboseend (Synoniem: Witvleugeleend) behoort tot het geslacht Asarcornis binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

De witvleugelboseend is een imposante, zwaargebouwde eend die leeft in Zuid- en Zuidoost-Azië, waar hij voorkomt in ongestoorde, tropische bossen langs rustige rivieren en moerassen, vaak tot op 1.400 meter hoogte. Deze schuwe soort is vooral 's nachts actief en voedt zich met zaden, waterplanten, granen, slakken, kleine visjes en insecten. Voor de voortplanting maakt hij gebruik van boomholtes in dichte oevervegetatie. De vogel is sterk afhankelijk van intacte boshabitats, maar wordt in zijn leefgebied bedreigd door habitatverlies en verstoring.

Witvleugelboseend
White-winged Duck
Weißflügelente (Malaienente)
Canard à ailes blanches

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Asarcornis

Ringmaat

Man 16.0 mm Vrouw 14.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.

  • Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
  • Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels. 
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage A (CITES appendix I)

EU verordening bijlage A (CITES appendix I)

EU verordening bijlage A (CITES appendix I)

Deze vogelsoort wordt wereldwijd beschouwd als een (ernstig) bedreigde soort in het oorspronkelijke leefgebied, of de handel in deze soort kan hiertoe leiden. 
Deze soort staat daarom op Bijlage A van de Europese Verordening en CITES appendix I. 

Binnen de avicultuur (in volière-milieu) mag deze soort alleen worden gehouden, gefokt of verhandeld als de legale herkomst kan worden aangetoond. De lidstaten aangesloten bij het CITES-verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna) hebben internationale regels opgesteld die het houden, fokken en verhandelen van deze dieren onder strikte voorwaarden mogelijk maakt. 

Een van de voorwaarden is dat voor elk exemplaar op EU bijlage A (CITES appendix I) een geldig CITES-certificaat is afgegeven door de bevoegde autoriteiten. Dit certificaat moet te allen tijde aanwezig zijn op de locatie waar de vogel wordt gehouden. Zonder dit document is het bezit of de overdracht strafbaar. Ook bij het fokken van deze vogels moet elke nakomeling afzonderlijk geregistreerd en gecertificeerd worden, om de legale status te waarborgen.

De belangrijkste vereisten voor het mogen houden van deze soort zijn:

  • De houder de dient legale herkomst van de vogel aan te tonen:
    • De vogel is voorzien van een uniek merkteken. In het geval van vogels is dit een naadloos gesloten pootring van de voorgeschreven ringmaat. Deze pootring is door de fokker (kweker) aangevraagd voor deze vogelsoort via een daartoe bevoegde organisatie (zoals Aviornis International Nederland). Bij uitzondering kan Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) vooraf toestemming verlenen tot het chippen van de vogel.
    • De vogel is voorzien van een EU-certificaat, ook wel CITES-certificaat genoemd. Dit EU-certificaat wordt door de fokker aangevraagd bij de RVO.
  • Bij elke overdracht dient een herkomstverklaring/ overdrachtsverklaring te worden opgemaakt en ondertekend door de afgevende en ontvangende partij.
  • De houder houdt een administratie bij van alle exemplaren behorende tot deze soort. Deze administratie moet aan een aantal voorwaarden voldoen.
  • Bij controle dienen ook gegevens van de ouderdieren én grootouderdieren getoond te kunnen worden.

Kenmerken van deze soort

Man:
Het mannetje is een grote, donker gekleurde eend met een opvallend contrasterend verenkleed. De kop en hals zijn donkerbruin tot zwartachtig, met fijne lichtere vlekjes; soms is de keel lichter. Het lichaam is diep bruin tot zwartbruin, terwijl de vleugels een grote witte vlek vertonen die in vlucht zeer opvallend is. De snavel is geelachtig met een donkere basis, de poten zijn oranjerood en de iris is geel tot oranjebruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is vergelijkbaar met het mannetje, maar doorgaans iets kleiner en minder contrastrijk gekleurd. De witte vleugelvelden zijn aanwezig maar soms iets kleiner. De snavel is grijzer met een doffere gele tint, de poten zijn oranjerood en de iris is donkerder geelbruin.

Juveniel:
Juvenielen zijn doffer en grijzer, met een matter bruin lichaam en een minder contrastrijke vleugelvlek. De snavel is grijsgeel, de poten vleeskleurig tot grauworanje en de iris donker.

Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde en vuilwit tot geelachtig aan de onderzijde. Ze hebben een donkere kruin- en rugstreep, met lichte wangen en een lichte kinvlek. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 152
  • Tijdschrift 305