Vogel
Witwang fluiteend
Witwang fluiteend
Dendrocygna viduata
Log in om deze soort toe te voegenDe Witwang fluiteend (Synoniem: Witwang boomeend) behoort tot het geslacht Dendrocygna binnen de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).
Deze watervogel komt voor in zoetwatergebieden van Afrika en Zuid-Amerika, zoals meren, moerassen en rivieren. Ze leven in groepen en foerageren �s nachts op zaden en waterplanten. Overdag rusten ze vaak in rietvelden en broeden gezamenlijk in stevige nesten op de grond of tussen het riet.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Eendachtigen (Anseriformes)
- Bird Family
- Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
- Bird Genus
- Dendrocygna
Ringmaat
Man 11.0 mm Vrouw 11.0 mmWelzijnsadviezen
Watervogels
Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.
- Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
- Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
- Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
- Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
- Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels.
Man:
Het mannetje is een middelgrote fluiteend met een opvallende koptekening. De kop en hals zijn wit tot roomkleurig van de kruin tot aan de keel, contrasterend met de zwarte achterhals en borst. De rug en bovenvleugels zijn donkerbruin, de flanken zijn rijk kastanjebruin met fijne, lichte bandering. De buik is zwart. De snavel is donkergrijs tot zwart, de poten zijn grijs en de iris donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is vrijwel identiek aan het mannetje en in het veld niet te onderscheiden. Ze is gemiddeld iets kleiner en kan mattere tinten in de kastanjebruine flanken vertonen. De snavel, poten en iris zijn gelijk aan die van het mannetje.
Juveniel:
Juvenielen zijn doffer van kleur en meer grijsbruin. De witte koptekening is vaak nog vaag of ontbreekt grotendeels; in plaats daarvan is de kop vuilwit met bruine invloeden. De kastanjebruine flanken zijn minder intens, en de buik is donkergrijsbruin. De snavel is grijzer, de poten vleeskleurig tot grijs en de iris donker.
Kuiken:
De kuikens zijn donkerbruin donsachtig aan de bovenzijde en vuilwit tot geelachtig aan de onderzijde. Ze hebben een donkere kopkap en rugstrepen, met lichtere wangen en kin. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de iris donker.