Zwarte zee-eend (europese)

Melanitta nigra

Log in om deze soort toe te voegen

De Zwarte zee-eend (europese) behoort tot het geslacht Melanitta uit de familie van eenden, ganzen en zwanen (Anatidae).

Deze vogelsoort overwintert in temperate zones langs de kusten van Europa, zo ver zuidwaarts als Marokko. Ze vormen grote groepen op geschikte kustwateren en vertonen karakteristiek gedrag, zoals gelijktijdig opstijgen en duiken. Hun nesten worden op de grond gebouwd, dicht bij zee, meren of rivieren. Ze eten voornamelijk schelpdieren, kreeftachtigen, wormen en kleine vissen, wat hun rol in het ecosysteem beïnvloedt.

Zwarte zee-eend (europese)
Black Scoter (European)
Schwarzschnabelente (Europëische)
Macreuse noire (Europe)

Taxonomische indeling

Bird Order
Eendachtigen (Anseriformes)
Bird Family
Eenden, ganzen en zwanen (Anatidae)
Bird Genus
Melanitta

Ringmaat

Man 11.0 mm Vrouw 11.0 mm

Welzijnsadviezen

Watervogels

Watervogels omvat een grote verscheidenheid aan soorten, van kleine talingen tot grote zwanen. De meesten bewonen uiteenlopende waterrijke gebieden en zijn uitstekend aangepast aan een leven op en rond het water. In de avicultuur vragen ze om verblijven met zwemwater en mogelijkheden om te foerageren (watervogelkorrel) en/of te grazen. De inrichting en grootte van het verblijf hangen sterk af van de lichaamsgrootte en het gedrag van de soort. Om de Watervogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste richtlijnen.

  • Huisvesting: verblijf met vijver en landgedeelte ca. 4–6 m² per klein paar (bijv. talingen); voor middelgrote ganzen soorten (bijv. roodhalsganzen) een verblijf van circa 10-20m² per paar met voldoende zwemwater, schaduwplekken en windbescherming; voor grote soorten (bijv. zwanen en grote ganzen) 30-50m² per paar. Waterdiepte van circa 30-60cm is veelal voldoende.
  • Klimaat: de meeste soorten verdragen gematigde kou. Watervogels hebben zomer en winter behoefte aan open water om het verenpak te kunnen onderhouden. Sommige vorstgevoelige soorten verdienen extra aandacht in de winter en hebben bijverwarming nodig (bijv. pygmeegans).
  • Sociaal: groepsdieren; te houden in kolonie of kleine groep; territoriaal tijdens broedperiode; sommige agressieve soorten (zoals casarca’s) in koppels apart huisvesten – voldoende ruimte voorkomt conflicten
  • Voeding: watervogelvoer, granen, groenvoer en insecten afhankelijk van soort; dagelijks vers water beschikbaar voor foerageren en poetsen.
  • Overig: dagelijkse controle op hygiëne, verenpak en het welzijn van vogels. 
Huisvestingsrichtlijnen watervogels

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)

Europese soort (Europese Vogelrichtlijn)

Deze vogel is inheems binnen de Europese Unie (EU) en behoort tot een beschermde soort onder de Europese Vogelrichtlijn. 

Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden, gekweekt en verhandeld. De houder dient zelf aan te tonen dat de vogel legaal is gekweekt en verkregen.

De belangrijkste voorwaarden voor het mogen houden van deze vogels zijn:

  • De vogel is voorzien van een naadloos gesloten pootring van de juiste ringmaat, welke is verkregen via de daartoe bevoegde organisaties (zoals Aviornis International Nederland).
  • Andere bewijsstukken (zoals een herkomstverklaring) kunnen bijdragen aan de aantoonbaarheid van legale herkomst.

Man:
Het mannetje is een middelgrote tot grote zee-eend met een overwegend diepzwart verenkleed. Het geheel zwart uiterlijk is uniform, zonder de glanzende gele bovensnavel die kenmerkend is voor de Amerikaanse tegenhanger. De kop is rond en krachtig met een rechte voorhoofdslijn. De snavel is grotendeels zwart, met soms een subtiele oranjegele tint aan de basis, maar nooit zo contrasterend of uitgebreid als bij de Amerikaanse tegenhanger. De vleugels zijn zwart, met handpennen die iets bruiner van toon kunnen zijn. De staart is donker en meestal kort en stomp, niet opvallend puntig zoals bij sommige andere zee-eenden. Poten en voeten zijn zwartachtig grijs, en de iris is donkerbruin. Tijdens de balts wordt de snavelbasis iets helderder, wat dan meer opvalt tegen het uniforme verenkleed.

Vrouw:
Het vrouwtje is donkerbruin met een donkerder kruin en nek. De wangen, keel en zijkant van de nek zijn duidelijk lichter bruin tot vuilwit, waardoor een vaag gezichtsmasker ontstaat. De rug en bovenvleugels zijn donkerder bruin, terwijl de borst en buik lichter bruin tot grijsachtig zijn, vaak met een vage bandering. De flanken zijn donkerder middenbruin. De vleugelonderzijde toont grijsachtige handpennen die contrasteren met de donkerbruine dekveren. De snavel is donker olijfbruin tot zwart, slanker en zonder opvallende knobbel. Poten en voeten zijn donker olijfgrijs en de iris is bruin. Het vrouwtje is in het veld goed te onderscheiden van het mannetje door haar lichtere gezichtszones en minder uniform verenkleed.

Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op vrouwtjes maar zijn egaler bruin en doffer van kleur. De lichtere wangen en keel zijn vaak minder contrastrijk, soms met een vage vuilwitte zone. De onderdelen zijn vaal grijsbruin, met een subtiele geschubde indruk door lichte veerranden. De snavel is grijzer, slanker en uniform donkerder, zonder kleuraccenten. Naarmate jonge mannetjes ouder worden, beginnen zij in hun eerste winter zwarter te verkleuren, maar ze missen nog de massievere snavelstructuur en houden een doffe uitstraling. Pas na hun tweede winter bereiken ze het volledig zwarte adulte kleed.

Kuiken:
De kuikens zijn donzig donkerbruin aan de bovenzijde, met een duidelijke donkere kruin- en rugstreep die contrasteert met de lichtere wangen en kin. De onderzijde is geelachtig tot vuilwit. Ze hebben korte, brede grijze snaveltjes en vleeskleurige pootjes. De iris is donker. Het contrast tussen de donkere bovenzijde en lichtere onderzijde biedt camouflage in kustwateren en ondiepe lagunes.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 207