Regio Zeeland

Na een korte ‘gewone’ vergadering deed Dies uit het bestuur een korte intro. De 3 leden die vanavond een presentatie geven, hebben bij elkaar meer dan 125 jaar ervaring met vogels. Hier kunnen we veel van leren met elkaar. 

 

Mark Provoost begon als eerste met zijn presentatie. Omdat hij klein behuisd is heeft hij voornamelijk kleine vogels, kwartels, duiven, pygmeegansjes en toerako’s. Het wisselt wel eens in samenstelling. Bepaalde soorten houdt hij al jaren. Hij vindt het belangrijk dat je met bepaalde soorten een aantal jaren bezig bent, om zo te ontdekken hoe ze leven en hoe je er mee om moet gaan. De Afrikaanse pygmeegans is een hoofdpijndossier bij Mark. Hij heeft ze al een jaar of 7 zitten. Hij kan ze prima in leven houden, maar heeft er nooit eieren van gezien, tot afgelopen jaar, voor het eerst eitjes, helaas onbevrucht. Hij dacht, aankomend jaar moet het lukken, maar vervolgens werden ze door een steenmarter opgevreten. We kregen een mooi filmpje te zien van zijn behoorlijke actieve pygmeegansjes. 

Zandhoen

We zagen daarna een mooie foto van het witbuikzandhoen. Nu heeft hij ze niet meer, maar jaren geleden heeft hij ze wel gehad. Hij hield ze met 9 stuks tegelijk in de volière, ze vechten nooit. Je kan aan de eitjes goed zien van welk koppel welke eitjes zijn. Elk vrouwtje legt eieren met een andere tekening en kleur. Ze leven in warme gebieden. Eten is geen probleem. Drinken is een ander verhaal want een schaaltje water kennen ze niet omdat ze in de natuur drinken uit de borstveren van de ouders. Mark bootste dat na door zijn hand nat te maken en ze daarvan te laten drinken. Dit werd wat omslachtig dus op een gegeven moment heeft hij ze rigoureus met hun kopje in een bakje water geduwd, dit werkte ook. We kregen een mooi filmpje te zien van een zandhoen met kuiken en een ei wat aan het uitkomen was. Ze maken geen nest, geen kuiltje, ze gaan gewoon zitten en leggen. Vervolgens gingen we naar de Javaanse bospatrijs en de pauwfazantjes. Ook daar wist Mark wat over te vertellen. 

Hij heeft nog steeds een koppel van de bruinborstpatrijzen zitten. Helaas zit ook daar inteelt in. Ze kunnen met gemak 40 eitjes leggen, zelfs nog bevrucht ook, maar er komt er niet één uit. Uiteindelijk heeft hij er wel veel jongen van gekweekt, maar het gaat elk jaar moeizamer. Normaal gezien moet het vochtpercentage 45 % zijn, nu broedt hij ze uit op 58 % om ze uit te laten komen. De patrijzen zijn een hele dag bezig de bodem overhoop te krabben om voedsel te zoeken. Als nestmateriaal gooit Mark een hand langachtig hooi in een hoekje. De hen gooit alles over zich heen en als het klaar is kruipt ze eruit. Vaak breken ze het nest nog vijf keer af. We zagen een foto van twee jonge bruinborstpatrijzen. Eten kan een probleem zijn. Mark gebruikt een wit doek of keukenpapier met kruimeltjes erop zodat het opvalt dat er wat ligt en ze ernaar gaan pikken. Verder zagen we nog de Montezumakwartel en de Braziliaanse witborstral. 

Ook houdt Mark nog verschillende duiven, o.a. de dolksteekduif, de Bartletts dolksteekduif, de goudborstduif, het zwartsnavelbosduifje, de Jamaicaduif, het blauwkopbosduifje, het zwartmaskerduifje en vruchtenduiven. Met de witkuiftoerako heeft hij al jaren best goed mee gekweekt. Omdat de toerako’s agressief waren naar elkaar had Mark er een purperkoet, die hij nog over had, bij gezet. Hierdoor kreeg de pop rust om te broeden omdat de man nu achter de purperkoet aan ging. Toen hij de koet kon verkopen is de kweek van de toerako’s ook niet meer gelukt. Eén van de leden geeft aan nog wel waterhoentjes te hebben als afleiding. We kregen nog een mooi filmpje te zien waarbij we de mooie rode onderkant van zijn vleugels zagen bij de balts. Als laatste zagen we de Coromandelkwartel waarvan hij dit jaar een paar koppels heeft gekocht. Hopen dat het lukt! 

Na de presentatie van Mark, hield zijn vader Ad de volgende presentatie. 35 jaar geleden begon hij met watervogels houden. Hij heeft alle soorten wel een beetje gehad, alleen de duurdere soorten niet. O.a. middelste zaagbekken, rotgans en roodhalsgans. Helaas is dat op den duur doodgebloed door te weinig tijd door bedrijf, gezin en andere hobby. Zijn zoon Adriaan was toen zo ver dat hij vroeg of hij een gedeelte van de tuin mocht inrichten voor het houden van vogels. Adriaan begon met eenden en steltlopers. Toen Ad dat zag, vond hij het toch ook weer wel leuk en heeft hij een nieuwe ren gebouwd waar nog een soort sloot lag met plaatzand, zodat er een soort moeras ontstond. Op het eind was een vijver met EPDM met grind erin. Daarnaast zat de zoetwaterbron die 7 meter diep zit en die, als het moet, 24/7 een goede waterstraal geeft. Dit waren ideale omstandigheden voor kluten. Hij hield daar een kolonie van een stuk of 18 kluten. Hij heeft er best heel wat jongen van gehad, het was een leuke vogel om mee te broeden. Natuurbroed ging lastiger dan in de opfokbak. 

Afgelopen jaar heeft Ad een nieuwe volière gebouwd omdat hij verhuisd is naar het achterste gedeelte van het perceel en toen heeft hij voor het eerst het vrouwtje van de grutto’s horen roepen. Helaas heeft hij er tot op de dag van vandaag nog niks mee gekweekt. Zijn nieuwe volière is een systeem van hekwerk en net. In het dak zit een soort knikje waar hij dubbel net op heeft tegen de sperwer. Rondom de ren, aan de bovenkant heeft hij beugels met 4 rijen visdraad. Ook om de sperwer te weren. Vanaf beneden tot 1 meter hoog heeft hij gaas van 12 mm vierkant. Dan begint het net. Op de scheiding van het net en gaas zit stroomdraad tegen de steenmarter. De vijvers zijn van EPDM, waar 20 cm lavasplit in zit. De ene vijver loopt via een stroompje naar de andere vijver die 30 cm lager ligt. Het water wordt rondgepompt met een 20 watt pompje. Het water is het hele jaar door kraakhelder. In het lavasplit zitten bacteriën, ook heeft hij er waterplanten en zuurstofplanten in. De bodem van de volière is opgevoerd met 20 cm bosgrond. Ideaal voor steltlopers. We zagen een foto van de grond waar geen gras is. Je zag allemaal gaatjes van de wulp en de grutto. In deze dikke laag bosgrond kunnen ze goed met hun lange snavel in. De volledige lengte van de snavel gaat erin. 

Hij houdt in deze volière 3 koppels tureluurs, wulpen, kemphanen, bontbekplevieren en een koppel grote gele kwikstaarten. De tureluurs hebben afgelopen jaar best wat gebroed. Met de begroeiing is hij nog bezig, voornamelijk voor de wulpen en grutto’s wil hij meer grassen erin. Voor de tureluurs maait hij de kanten niet te veel. Voor insecten heeft hij een bloemenrand aangeplant. Ook heeft hij een strandje aangelegd voor de bontbekplevieren. Verder heeft hij een overkapping voor zijn zonnepanelen waar hij ook nog vogels onder houdt. Hier heeft hij vier rijtjes met vakken voor zijn bontbekplevieren. Hier heeft hij een keer zijn wildcamera opgehangen om zo te zien wat ze doen als je er zelf niet bent. Mooi filmpje! Het opfokken van de jongen kost nog wat moeite. Komend seizoen wil hij een nieuw vertrek bij bouwen voor jonge vogels. 

Kroonkievitten

In het grote gedeelte onder de zonnepanelen zitten zijn kroonkievieten. Deze heeft hij vorig jaar aangeschaft. De afgelopen winter had hij een warmtelamp opgehangen. Hier hebben ze een hele winter onder gezeten. Afgelopen voorjaar heeft het vrouwtje zes eitjes gelegd, helaas allemaal onbevrucht, oorzaak: de man was blind. Nu heeft hij een nieuwe man. Het nieuwe koppel klikt in ieder geval goed. Hopelijk volgend seizoen beter! 

 

 

Als derde hield onze voorzitter Piet een presentatie over een inspirerend en schitterend resultaat van 60 jaar passie voor watervogels. Toen hij net kon lopen was hij altijd al geïnteresseerd in de natuur. Het nestgebeuren van mieren volgen in een glazen pot, later op de lagere school kikkers, padden en salamanders vangen. Hij was altijd te vinden bij slootjes in de polder. Belangstelling voor de natuur is de basis van onze hobby. Toen Piet 8 jaar was had hij zijn eerste vogels, grasparkieten. Later kippen en duiven. De eendenhobby begon met de opvang van vier jonge bergeenden. 

Later heeft hij dat uitgebreid met mandarijnen, Carolina’s en roodschoudertalingen. In de loop der jaren zijn er heel wat soorten gepasseerd, talingen en ganzensoorten. Later is hij zich meer gaan specialiseren op zee-eenden en eiders. Zo heeft hij ook zwarte zee-eenden gehad. Piet was de eerste die Stellers eiders heeft gekocht uit Rusland. In de jaren 80 begon hij met buffelkopeenden. Toen had hij ook al succesvol gekweekt met nonnetjes. Toen heeft hij zijn eerste koppel harlekijnen aangeschaft. Het is een uitdaging om iets moeilijks te kunnen kweken, dit zoekt Piet altijd op. We zagen een mooie foto van een buffelkop met jongen. Prachtige foto’s van een koppel harlekijnen, zowel in de tuin van Piet als in de natuur in IJsland, waar Piet ze in levenden lijve heeft gezien. In het wild leven ze in de broedtijd in grote groepen van 20 of 30. De IJslandse harlekijnen zijn blauwer dan de Pacific harlekijnen. De Pacific harlekijnen komen uit Oost-Rusland. Later zijn er grote partijen Pacific met minder blauw gekomen, deze zijn gekruist met de IJslandse en nu zitten deze twee door elkaar. 

Piet was de eerste in de Benelux die met de harlekijnen heeft gekweekt. Toen was er een wachtlijst. Nu wordt er volop mee gekweekt en is er nog weinig last van inteelt. Piet vond het wel moeilijk om al die nesten en eieren te zien in IJsland en er niets van mee te kunnen nemen, dat deed een beetje zeer. Harlekijnen broeden het liefst in het donker, onder de struiken. Elk jaar gaan dezelfde vrouwtjes op dezelfde plaats zitten bij Piet. Hij weet van tevoren al waar ze komen te zitten. Ook  zoeken ze elk jaar hun eigen man weer op. Het is een plezierige sociale vogel om in een groep te houden. Ze vechten nagenoeg nooit, een beetje opjagen doen ze wel. We zagen een mooi filmpje van jonge harlekijnen van 2/3 dagen oud. Jonge harlekijnen zijn makkelijk om te leren eten. Tegenwoordig hebben we de eendenkorrel. Vroeger in de jaren 60/70/80 moesten ze dit doen met kalkoenkorrel. Hier kweekten ze alles mee op. Dit kon je alleen niet in het water gooien. Buffelkoppen, nonnetjes en zaagbekken moest je met levend voer grootbrengen. Piet ging dan om garnaaltjes in de kreek bij Westkapelle. Deze hield hij in leven in een grote ton. Als je deze garnaaltjes op een matje gooide, dan gingen ze springen. Meelwormen waren te traag om ze aan het eten te krijgen. Toen moesten ze zelf uitvinden hoe je op moest kweken. Tegenwoordig heb je overal een voorbeeld van. Piet was echt een pionier. 

We zagen een filmpje van kuikens van de roze-ooreend. Deze moet je snel laten zwemmen anders zijn ze snel besmeurd en lek. Er zit helaas veel inteelt in deze soort omdat ze afkomstig zijn uit drie stuks. Dat is de hele populatie, behalve Australië. De ervaring is dat ze snel lek zijn en slecht groeien. Piet heeft nu een koppel wat goeie jongen geeft, maar dit jaar helaas ook maar één kuiken. Hij heeft ook 10 jaar moeten wachten op kuikens. Zijn koppel heeft tien jaar geen eieren gelegd. Toen het in een meimaand een hele maand regende, gingen ze daarna leggen. In de natuur is dit ook zo, na het regenseizoen gaan ze leggen. Sindsdien heeft hij soms wel vier nesten per jaar gehad. Zijn eerste vrouwtje is 22 jaar geworden. We zagen een foto van kuikens onder en naast een lamp. Het is vaak bij een nestje kuikens van de roze-ooreend dat er toch een paar achterblijven en na een week of twee alsnog sneuvelen. Het is een speciaal eendje wat de opkweek betreft. Je moet er ervaring mee opbouwen. Je blijft leren. Het beste is snel op het water en flink onder de lamp laten opdrogen, korrels in de week want het zijn slobberaars. Op een gegeven moment kan je ze laten wennen aan droge korrel. 

Brileiders houdt Piet ook. Hij had een hele goeie man, elk jaar wel 15 of 16 jongen ervan. Helaas is hij gesneuveld. Nu heeft hij een andere jongere man, maar deze doet niks, geen bevrucht ei. Van de koningseider heeft hij dit jaar twee jongen gekweekt. De Stellers eiders zijn wat aan het uitsterven. Vorig jaar had hij twee dode, dit jaar ook twee dode. Ze worden steeds zeldzamer, je kan ze nergens kopen. Het heet een eider maar het is geen eider, ook in zijn gedrag niet. Ze zitten graag in de grond te boren. We zagen een mooi filmpje van het paringsritueel. Het is goed om verschillende vijvers te hebben zodat ze elkaar niet verstoren tijdens dit ritueel. 

Na iedere presentatie kregen de sprekers een daverend applaus van de aanwezige leden en bezoekers. Deze presentaties deden niets onder aan de presentaties van andere sprekers. Dit is onze hobby, onze ervaring. Heel leuk! Volgend jaar mogelijk weer. De voorzitter bedankt iedereen voor zijn aandacht en komst en wenst iedereen wel thuis, en voor de liefhebbers kan er beneden nog geborreld worden. 

Auteur: Nadine Provoost-Dekker