Rosse ijsvogel

Halcyon coromanda

Log in om deze soort toe te voegen

De Rosse ijsvogel behoort tot het geslacht Halcyon binnen de familie van IJsvogels (Alcedinidae).

Deze opvallende, roestbruine ijsvogel komt voor in grote delen van Oost- en Zuidoost-Azi�, van Zuid-Korea en Japan tot China, India, de Filipijnen en Indonesi�, waar hij vooral in dichte, vochtige bossen leeft, vaak nabij beken en mangroves. Noordelijke populaties trekken �s winters naar zuidelijker streken, terwijl andere het hele jaar in hun leefgebied verblijven. Deze schuwe vogel leeft meestal solitair of in paren en laat zich vaker horen dan zien door zijn heldere, dalende roep; hij voedt zich met vis, schaaldieren, grote insecten en soms kikkers, en nestelt in steile oevers of oude boomholtes.

Rosse ijsvogel
Halcyon coromanda
Halcyon coromanda
Halcyon coromanda

Taxonomische indeling

Bird Order
Scharrelaars (Coraciiformes)
Bird Family
IJsvogels (Alcedinidae)
Bird Genus
Halcyon

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

IJsvogels

IJsvogels zijn kleine tot middelgrote visetende vogels die leven langs oevers van rivieren, vijvers en meren. Ze jagen vanaf lage zitplaatsen en broeden in zelfgegraven nesttunnels in zandige oevers. In de avicultuur vragen ze om helder water, nestgelegenheid en een rustige, goed onderhouden omgeving. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij (15–25 m² per koppel); waterdiepte 30–60 cm; zandige oever met nesttunnel; zitstokken boven water; binnenverblijf ± 2 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
  • Klimaat: afhankelijk van de soort tropisch tot gematigd; temperatuur 18–28 °C; bij < 10 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen regen en tocht.
  • Sociaal: te houden per koppel; territoriaal tijdens broedperiode; visuele afscheiding tussen verblijven voorkomt agressie.
  • Voeding: kleine visjes, insecten, kreeftachtigen en amfibieën; levend of bewegend voer stimuleert natuurlijk gedrag; altijd vers water beschikbaar.
  • Overig: schoon, helder water essentieel; natuurlijke nesttunnels of kunstmatige zandwanden voorzien; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen-IJsvogels

Man:
De man heeft een opvallend helder rood verenkleed met een zijdeachtige glans. De kop is iets donkerder rood, wat een subtiel contrast vormt met de rest van het lichaam. De vleugels zijn diep kastanjebruin met een lichte zwarte rand aan de uiteinden. De staartveren zijn eveneens rood, maar met een iets doffere tint. De snavel is robuust en felrood, zonder zichtbare was. De poten zijn donkerrood en glad van structuur. De ogen hebben een donkere iris met een dunne, nauwelijks zichtbare oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar rood verenkleed, maar met een iets mattere uitstraling. De kop is minder intens van kleur, waardoor het contrast met de nek subtieler is. De vleugels vertonen een lichte bruine tint, met minder uitgesproken zwarte randen. De staart is korter en heeft een meer uniforme rode kleur. De snavel is iets slanker en minder felrood dan die van de man. De poten zijn donkerrood, maar iets lichter dan die van de man. De ogen hebben een donkerbruine iris met een onopvallende oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer roodbruin verenkleed met een matte afwerking. De kop is minder intens gekleurd, met een vage bruine tint. De vleugels zijn donkerbruin met een lichte, versleten uitstraling aan de randen. De staart is kort en heeft een uniforme bruine kleur. De snavel is kleiner en donkerder rood, met een lichtbruine basis. De poten zijn lichtbruin en hebben een ruwe textuur. De ogen zijn donker met een nauwelijks zichtbare oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijsbruine donslaag. De snavel is klein en lichtbruin van kleur.