Vogel
Tahitiijsvogel
Tahitiijsvogel
Todiramphus veneratus veneratus
Log in om deze soort toe te voegenDe Tahitiijsvogel behoort tot het geslacht Todiramphus binnen de familie van IJsvogels (Alcedinidae).
Deze vogel is endemisch op Tahiti en maakt deel uit van de ijsvogelfamilie. Het leefgebied bestaat uit subtropische en tropische vochtige bossen en plantages. De soort is gekenmerkt door zijn heldere kleuren en levendige aanwezigheid in de natuur. De populatie is relatief gezond, met een schatting tussen 100.000 en 200.000 volwassen vogels, maar heeft een gevoelige status op de IUCN-lijst.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Scharrelaars (Coraciiformes)
- Bird Family
- IJsvogels (Alcedinidae)
- Bird Genus
- Todiramphus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
IJsvogels
IJsvogels zijn kleine tot middelgrote visetende vogels die leven langs oevers van rivieren, vijvers en meren. Ze jagen vanaf lage zitplaatsen en broeden in zelfgegraven nesttunnels in zandige oevers. In de avicultuur vragen ze om helder water, nestgelegenheid en een rustige, goed onderhouden omgeving. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij (15–25 m² per koppel); waterdiepte 30–60 cm; zandige oever met nesttunnel; zitstokken boven water; binnenverblijf ± 2 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: afhankelijk van de soort tropisch tot gematigd; temperatuur 18–28 °C; bij < 10 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen regen en tocht.
- Sociaal: te houden per koppel; territoriaal tijdens broedperiode; visuele afscheiding tussen verblijven voorkomt agressie.
- Voeding: kleine visjes, insecten, kreeftachtigen en amfibieën; levend of bewegend voer stimuleert natuurlijk gedrag; altijd vers water beschikbaar.
- Overig: schoon, helder water essentieel; natuurlijke nesttunnels of kunstmatige zandwanden voorzien; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een helderblauwe kop met een subtiele groene glans. De nek is wit, wat contrasteert met de donkerblauwe rug. De vleugels zijn diepblauw met lichtere randen, wat een versleten indruk kan geven. De borst is wit met een zachte overgang naar de lichtblauwe buik. De snavel is zwart en recht, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde structuur. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne, lichte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een iets doffere blauwe kop dan de man, met minder groene glans. De nek is eveneens wit, maar de overgang naar de rug is minder scherp. De vleugels zijn blauw met een matte afwerking en minder uitgesproken randen. De borst is wit, maar de buik heeft een grijzige tint. De snavel is donkergrijs en iets korter dan die van de man. De poten zijn lichtgrijs en hebben een iets ruwere textuur. De iris is donkerbruin, met een subtiele, grijze oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffe, blauwgrijze kop zonder glans. De nek is vuilwit, met een vage overgang naar de grijsblauwe rug. De vleugels zijn grijsblauw met onregelmatige, lichte randen. De borst is vuilwit, met een geleidelijke overgang naar de grijsachtige buik. De snavel is grijs en korter dan bij volwassenen, met een lichte kromming. De poten zijn lichtgrijs en hebben een ruwe textuur. De iris is donkergrijs, zonder duidelijke oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel is kort en lichtgrijs van kleur.