Vogel
Grijsborstduif
Grijsborstduif
Leptotila rufaxilla
Log in om deze soort toe te voegenDe Grijsborstduif behoort tot het geslacht Leptotila uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze middelgrote duif komt voor in vochtige laaglandbossen en randgebieden van Zuid-Amerika, van Colombia tot Argentinië en Trinidad. Ze foerageert op de grond, waar ze zaden, bessen en kleine insecten zoekt. Vaak bouwt ze een nest van takjes in struiken of bomen en is het geluid een monotone, klagende roep.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Leptotila
Ringmaat
Man 6.0 mm Vrouw 6.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een middelgrote duif van circa 28-30 cm lengte. De kop en keel zijn wit tot lichtgrijs, contrasterend met een subtiele lila- tot rozerode borst. De buik en onderstaart zijn vuilwit. De rug en vleugels zijn olijfbruin tot kastanjebruin, met donkerdere slagpennen en soms een bronzen glans op de dekveren. De staart is relatief lang en afgerond, met donkere middelste pennen en brede witte buitenste pennen, die in vlucht duidelijk zichtbaar contrasteren. De snavel is zwart met een bleke basis, de poten zijn rood en de iris oranjerood, vaak met een smalle, bleke oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje is vergelijkbaar met het mannetje, maar gemiddeld iets kleiner en matter van kleur. De borstzweem is lichter, en de witte keel contrasteert minder scherp. De iris is meer oranjebruin dan fel rood.
Juveniel:
Juvenielen zijn doffer en meer bruin van tint. De borst is grijsbruin zonder de roze zweem, en de buik is vuilwit. De rug- en vleugelveren hebben lichte randjes, wat een geschubd patroon geeft. De snavel is grijzer, de poten valer rood en de iris donkerbruin.
Kuiken:
De kuikens zijn nestblijvers en komen uit met een dun, bruinachtig dons. De snavel is relatief fors en donker, de poten vleeskleurig en de ogen gesloten bij uitkomst. Ze worden gevoed met 'duivenmelk' in de eerste weken, waarna ze hun bruinige juveniele verenkleed ontwikkelen.