Vogel
Tuamotuijsvogel
Tuamotuijsvogel
Todiramphus gambieri gambieri
Log in om deze soort toe te voegenDe Tuamotuijsvogel behoort tot het geslacht Todiramphus binnen de familie van IJsvogels (Alcedinidae).
Deze kleine kleurrijke ijsvogel leeft uitsluitend op het eiland Niau in Frans-Polynesi� en prefereert halfopen gebieden zoals kokosplantages en kalkstenen bossen. Hij jaagt vanaf hoge zitplaatsen op insecten en kleine hagedissen, die ook het belangrijkste voedsel voor zijn jongen vormen. Het broedseizoen loopt vooral van september tot januari.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Scharrelaars (Coraciiformes)
- Bird Family
- IJsvogels (Alcedinidae)
- Bird Genus
- Todiramphus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
IJsvogels
IJsvogels zijn kleine tot middelgrote visetende vogels die leven langs oevers van rivieren, vijvers en meren. Ze jagen vanaf lage zitplaatsen en broeden in zelfgegraven nesttunnels in zandige oevers. In de avicultuur vragen ze om helder water, nestgelegenheid en een rustige, goed onderhouden omgeving. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij (15–25 m² per koppel); waterdiepte 30–60 cm; zandige oever met nesttunnel; zitstokken boven water; binnenverblijf ± 2 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: afhankelijk van de soort tropisch tot gematigd; temperatuur 18–28 °C; bij < 10 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen regen en tocht.
- Sociaal: te houden per koppel; territoriaal tijdens broedperiode; visuele afscheiding tussen verblijven voorkomt agressie.
- Voeding: kleine visjes, insecten, kreeftachtigen en amfibieën; levend of bewegend voer stimuleert natuurlijk gedrag; altijd vers water beschikbaar.
- Overig: schoon, helder water essentieel; natuurlijke nesttunnels of kunstmatige zandwanden voorzien; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een helderblauwe kop met een subtiele groene glans. De nek is wit, wat contrasteert met de donkerblauwe rug. De vleugels zijn diepblauw met lichtere randen, wat een versleten indruk kan geven. De borst is wit met een zachte overgang naar de lichtblauwe buik. De snavel is zwart en recht, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde textuur. De ogen zijn donkerbruin met een dunne, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een iets doffere blauwe kop dan de man, met minder groene glans. De nek is eveneens wit, maar de overgang naar de rug is minder scherp. De vleugels zijn blauw met grijze accenten, wat een mat effect geeft. De borst is wit, maar de buik heeft een grijzige tint. De snavel is donkergrijs en iets korter dan die van de man. De poten zijn lichtgrijs en hebben een iets ruwere structuur. De ogen zijn donkerbruin met een subtiele, grijze oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffe, blauwgrijze kop zonder glans. De nek is vuilwit, met een vage overgang naar de grijsblauwe rug. De vleugels zijn grijsblauw met onregelmatige, lichtere vlekken. De borst is vuilwit, met een onduidelijke scheiding naar de grijsachtige buik. De snavel is lichtgrijs en korter dan bij volwassenen. De poten zijn bleekgrijs en hebben een korrelige textuur. De ogen zijn donker met een nauwelijks zichtbare oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel is kort en lichtgrijs van kleur.