Zwartkapijsvogel

Halcyon pileata

Log in om deze soort toe te voegen

De Zwartkapijsvogel behoort tot het geslacht Halcyon binnen de familie van IJsvogels (Alcedinidae).

De zwartkop ijsvogel is een veel voorkomende vogel in tropisch Azi�, van India tot China en Zuidoost-Azi�. Het is een boomlijk vogeltje dat voornamelijk in kustgebieden, mangroven en estuaria te vinden is. Binnen zijn leefgebied vertoont het een aanpassingsvermogen aan verschillende habitats, waardoor het gedijt in diverse ecosystemen. De vogel is kenmerkend door zijn zwart-wit-blauwe kleuren en helderrode snavel. Gedurende de jaarlijkse migratie, van september tot november en weer van maart tot mei, stopt het in natte gebieden zoals moerassen en rivieren, waar het voornamelijk insecten en vis vangt.

Zwartkapijsvogel
Black-capped Kingfisher
Kappenliest
Martin-chasseur � coiffe noire

Taxonomische indeling

Bird Order
Scharrelaars (Coraciiformes)
Bird Family
IJsvogels (Alcedinidae)
Bird Genus
Halcyon

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

IJsvogels

IJsvogels zijn kleine tot middelgrote visetende vogels die leven langs oevers van rivieren, vijvers en meren. Ze jagen vanaf lage zitplaatsen en broeden in zelfgegraven nesttunnels in zandige oevers. In de avicultuur vragen ze om helder water, nestgelegenheid en een rustige, goed onderhouden omgeving. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij (15–25 m² per koppel); waterdiepte 30–60 cm; zandige oever met nesttunnel; zitstokken boven water; binnenverblijf ± 2 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
  • Klimaat: afhankelijk van de soort tropisch tot gematigd; temperatuur 18–28 °C; bij < 10 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen regen en tocht.
  • Sociaal: te houden per koppel; territoriaal tijdens broedperiode; visuele afscheiding tussen verblijven voorkomt agressie.
  • Voeding: kleine visjes, insecten, kreeftachtigen en amfibieën; levend of bewegend voer stimuleert natuurlijk gedrag; altijd vers water beschikbaar.
  • Overig: schoon, helder water essentieel; natuurlijke nesttunnels of kunstmatige zandwanden voorzien; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen-IJsvogels

Man:
De man heeft een opvallend zwartglanzende kop met een scherpe scheiding naar de helderwitte keel. De rug en vleugels zijn diepblauw met een subtiele groene glans, die in de zon iriserend kan lijken. De borst en buik zijn helderwit, wat een sterk contrast vormt met de donkere bovenzijde. De staart is blauw met een zwarte eindband, die bij versleten veren minder duidelijk is. De snavel is robuust en rood, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn felrood en glad, wat bijdraagt aan de opvallende verschijning. De ogen zijn donkerbruin met een dunne, nauwelijks zichtbare oogring.

Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft een iets doffere kop en minder glans op de rug. De vleugels zijn blauw met een iets grijzere tint, vooral bij oudere vogels. De borst en buik zijn wit, maar kunnen een licht cr�mekleurige tint hebben. De staart heeft dezelfde blauwe kleur met een zwarte eindband, maar de kleuren zijn minder intens. De snavel is rood, maar iets slanker dan die van de man. De poten zijn rood, maar kunnen een iets lichtere tint hebben. De ogen zijn donkerbruin, zonder opvallende oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffere kop en een meer bruinachtige tint op de rug en vleugels. De borst en buik zijn vuilwit met een grijze waas, die naarmate ze ouder worden witter wordt. De staart is blauw met een minder duidelijke zwarte eindband, vaak met versleten randen. De snavel is aanvankelijk oranje met een donkere punt, die geleidelijk roder wordt. De poten zijn bleekrood en minder fel dan bij volwassen vogels. De ogen zijn donkerbruin, met een onopvallende oogring. De algehele verschijning is minder contrastrijk dan bij volwassen vogels.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijsachtige donslaag die weinig bescherming biedt. De snavel is kort en oranje, met een zachte structuur.