Vogel
Bruine baardvogel
Bruine baardvogel
Caloramphus fuliginosus
Log in om deze soort toe te voegenDe Bruine baardvogel behoort tot het geslacht Caloramphus binnen de familie van Baardvogels (Megalaimidae).
Deze kleine, bruine baardvogel leeft uitsluitend op Borneo, waar hij voorkomt in subtropische en tropische vochtige laaglandbossen. Door ontbossing is zijn leefgebied flink geslonken sinds de jaren zeventig. De soort wordt vooral aangetroffen in dichte bosvegetaties, waar hij zich stil en onopvallend gedraagt. Als typische bosbewoner voedt hij zich met vruchten en insecten, en maakt hij zelden grote geluiden. Hij staat bekend als weinig opvallend en lastig waar te nemen, mede door zijn schutkleur en verborgen leefwijze.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Spechtachtigen (Piciformes)
- Bird Family
- Aziatische baardvogels (Megalaimidae)
- Bird Genus
- Caloramphus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Baardvogels
Baardvogels zijn kleurrijke holenbroeders uit tropische en subtropische gebieden van Afrika, Azië en Amerika. Ze leven voornamelijk in bossen en halfopen landschappen en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime, goed beplante volières met nestgelegenheid en warm klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (6–10 m² per koppel, 2–3 m hoog) met dichte beplanting, takken en nestblokken of boomstammen met holtes; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig.
- Klimaat: warm en vochtig; temperatuur boven 18 °C; luchtvochtigheid 50–70%; goede ventilatie zonder tocht.
- Sociaal: houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedperiode koppels apart om territoriaal gedrag te beperken.
- Voeding: zachtvoer voor insecten- en fruiteters; aanvullen met fruit (banaan, appel, bessen) en insecten (meelwormen, krekels); tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water.
- Overig: zand- of turfbodem regelmatig reinigen; nestblokken of zacht hout bevorderen natuurlijk broedgedrag; rustige omgeving en natuurlijke inrichting.
Man:
De man heeft een overwegend donkerbruin verenkleed met een subtiele glans op de vleugels. De kop is iets lichter van kleur, met een duidelijke scheiding naar de donkerdere nek. De borst en buik zijn egaal van kleur, zonder opvallende markeringen. De vleugels vertonen een lichte bandering, wat zorgt voor een zacht contrast. De snavel is stevig en zwart, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde structuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een dunne, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een iets matter verenkleed dan de man, met een meer uniforme bruine tint. De kop en nek zijn gelijkmatig van kleur, zonder duidelijke scheiding. De borst en buik zijn iets lichter, met een subtiele overgang naar de vleugels. De vleugels hebben minder uitgesproken bandering, wat zorgt voor een zachter uiterlijk. De snavel is iets slanker dan die van de man, maar eveneens zwart. De poten zijn donkergrijs, vergelijkbaar met die van de man. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een meer grijsbruine tint over het hele lichaam. De kop is minder duidelijk afgebakend van de nek, met een gelijkmatige kleurverdeling. De borst en buik zijn lichter, met een vage, onregelmatige bandering. De vleugels zijn minder glanzend en hebben een versleten uiterlijk. De snavel is korter en lichter van kleur, vaak met een grijze tint. De poten zijn lichtgrijs en hebben een iets ruwere textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijsachtige donslaag. De snavel is kort en lichtgrijs van kleur.