Vogel
Bruinkopbaardvogel
Bruinkopbaardvogel
Psilopogon zeylanicus
Log in om deze soort toe te voegenDe Bruinkopbaardvogel behoort tot het geslacht Psilopogon binnen de familie van Baardvogels (Megalaimidae).
De bruinkopbarbeid is een vogelsoort die inheems is in het Indische subcontinent. Het leefgebied strekt zich uit van Nepal via India tot Sri Lanka. Deze vogels zijn te vinden in stedelijke en landelijke tuinen, waar ze zich thuis voelen in de buurt van fruitbomen. Ze zijn arboreaal en voeden zich met fruit en insecten. Bruinkopbarbelen zijn tolerant voor mensen en zijn vaak te zien in stadsparken.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Spechtachtigen (Piciformes)
- Bird Family
- Aziatische baardvogels (Megalaimidae)
- Bird Genus
- Psilopogon
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Baardvogels
Baardvogels zijn kleurrijke holenbroeders uit tropische en subtropische gebieden van Afrika, Azië en Amerika. Ze leven voornamelijk in bossen en halfopen landschappen en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime, goed beplante volières met nestgelegenheid en warm klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (6–10 m² per koppel, 2–3 m hoog) met dichte beplanting, takken en nestblokken of boomstammen met holtes; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig.
- Klimaat: warm en vochtig; temperatuur boven 18 °C; luchtvochtigheid 50–70%; goede ventilatie zonder tocht.
- Sociaal: houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedperiode koppels apart om territoriaal gedrag te beperken.
- Voeding: zachtvoer voor insecten- en fruiteters; aanvullen met fruit (banaan, appel, bessen) en insecten (meelwormen, krekels); tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water.
- Overig: zand- of turfbodem regelmatig reinigen; nestblokken of zacht hout bevorderen natuurlijk broedgedrag; rustige omgeving en natuurlijke inrichting.
Man:
De man heeft een helder groene lichaamskleur met een glanzende uitstraling. De kop is opvallend met een blauwe tint en een rode voorhoofdsvlek. De keel is geel met een scherpe overgang naar de groene borst. De vleugels zijn donkerder groen met lichte randen, wat een subtiel contrast geeft. De snavel is stevig en zwart met een lichte kromming. De poten zijn grijs met een gladde textuur. De iris is bruin met een dunne, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar groen verenkleed, maar met een iets doffere glans. De kop mist de rode voorhoofdsvlek en heeft een meer uniforme blauwe tint. De keel is minder fel geel, wat geleidelijk overgaat in de groene borst. De vleugels hebben dezelfde donkere groene kleur, maar met minder uitgesproken lichte randen. De snavel is iets slanker en eveneens zwart. De poten zijn grijs, maar met een iets ruwere structuur. De iris is bruin, zonder opvallende oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer groen verenkleed zonder de glans van volwassen vogels. De kop is minder uitgesproken blauw en mist de rode en gele accenten. De keel en borst zijn uniform groen zonder duidelijke kleurverschillen. De vleugels zijn egaal groen met nauwelijks zichtbare lichte randen. De snavel is kleiner en lichter van kleur, vaak grijsachtig. De poten zijn bleekgrijs met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, zonder zichtbare oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel is kort en lichtgekleurd.