Grote trap

Otis tarda

Log in om deze soort toe te voegen

De Grote trap behoort tot het geslacht Otis binnen de familie van Trappen (Otididae).

Deze zeer grote vogel leeft in open graslanden en landbouwgebieden van Zuid- en Centraal-Europa tot Centraal-Azi� en Noord-Afrika. Hij is schuw, leeft in groepen gescheiden naar geslacht en staat bekend om zijn indrukwekkende balts waarbij het mannetje witte dons toont. Vogels broeden alleen op de grond en trekken in het oosten soms zuidwaarts in de winter.

Grote trap
Great Bustard
Gro�trappe
Grande Outarde

Taxonomische indeling

Bird Order
Trappen (Otidiformes)
Bird Family
Trappen (Otididae)
Bird Genus
Otis

Ringmaat

Man 18.0 mm Vrouw 18.0 mm

Welzijnsadviezen

Trappen

Trappen zijn grote, grondbewonende vogels van open landschappen zoals steppes en savannes. Ze zijn krachtige lopers en sterke vliegers over korte afstanden, maar zeer gevoelig voor verstoring. In de avicultuur vragen Trappen om zeer ruime, rustige verblijven met open zichtlijnen, droge bodems en minimale stress. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: zeer ruim buitenverblijf met open terrein (200–300 m² per koppel of meer); gras- of zandbodem; vrije zichtlijnen; binnenverblijf ± 4–5 m² per vogel, droog en ruim.
  • Klimaat: droog en open; temperatuur 5–30 °C afhankelijk van soort; bescherming tegen regen, sneeuw en wind; schaduw in zomer noodzakelijk.
  • Sociaal: solitair of per koppel; mannetjes territoriaal tijdens balts; rustige, prikkelarme omgeving essentieel.
  • Voeding: granen, groenvoer, insecten en kleine dierlijke eiwitten; speciaal trappen- of kraanvogelvoer; voer op de grond aanbieden; altijd schoon water aanwezig.
  • Overig: stressgevoelig; dagelijkse gezondheidscontrole aanbevolen; broedplek op open grond; afgelegen ligging van het verblijf bevordert welzijn en veiligheid.
Huisvestingsrichtlijnen waterpartij voliere

Man:
De man heeft een opvallend verenkleed met een kastanjebruine rug en witte onderzijde. De nek is grijs met een kenmerkende zwarte band. De kop is lichtgrijs met een witte kin en keel. De vleugels zijn wit met zwarte uiteinden, wat een sterk contrast geeft. De snavel is stevig en geelachtig met een lichte kromming. De poten zijn grijs en hebben een robuuste structuur. De ogen zijn donker met een subtiele, lichte oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een minder opvallend verenkleed met een overwegend bruine tint. De rug is donkerder met fijne, lichtere strepen. De onderzijde is lichter met een subtiele, bruine bandering. De kop en nek zijn bruin met een lichte keel. De vleugels hebben een minder contrasterend patroon dan de man. De snavel is slanker en iets donkerder van kleur. De poten zijn grijsbruin en slanker dan die van de man.

Juveniel:
Juvenielen hebben een verenkleed dat lijkt op dat van de vrouw, maar met een meer uniforme bruine tint. De rug en vleugels zijn bedekt met fijne, lichte strepen. De onderzijde is lichter met een vage bandering. De kop is bruin met een lichtere keel en kin. De snavel is korter en donkerder dan bij volwassen vogels. De poten zijn grijs en slank. De ogen zijn donker met een nauwelijks zichtbare oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zachte, geelbruine donslaag. Ze hebben een donkere streep over de rug en kop.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 238
  • Tijdschrift 237
  • Tijdschrift 236