Vogel
Sahelkuiftrap
Sahelkuiftrap
Lophotis savilei
Log in om deze soort toe te voegenDe Sahelkuiftrap behoort tot het geslacht Lophotis binnen de familie van Trappen (Otididae).
Deze vogel, die voornamelijk in de droge savannes van West- en Centraal-Afrika leeft, is de kleinste van de drie kuiftrappen. Hij komt voor in landen als Mauritani�, Senegal, Gambia, Mali, Niger, Nigeria, Tsjaad en Soedan, vaak in gebied met verspreide bomen, struiken en lang gras, vooral in de buurt van droogvallende poelen. De soort blinkt uit in camouflage, is vooral op de grond te vinden en vertoont opvallende baltsgedragingen waarbij het mannetje zijn rossige nekpluimen laat zien. Er zijn aanwijzingen dat deze vogel algemeen voorkomt in geschikt leefgebied en dat de populaties stabiel zijn.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Trappen (Otidiformes)
- Bird Family
- Trappen (Otididae)
- Bird Genus
- Lophotis
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Trappen
Trappen zijn grote, grondbewonende vogels van open landschappen zoals steppes en savannes. Ze zijn krachtige lopers en sterke vliegers over korte afstanden, maar zeer gevoelig voor verstoring. In de avicultuur vragen Trappen om zeer ruime, rustige verblijven met open zichtlijnen, droge bodems en minimale stress. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: zeer ruim buitenverblijf met open terrein (200–300 m² per koppel of meer); gras- of zandbodem; vrije zichtlijnen; binnenverblijf ± 4–5 m² per vogel, droog en ruim.
- Klimaat: droog en open; temperatuur 5–30 °C afhankelijk van soort; bescherming tegen regen, sneeuw en wind; schaduw in zomer noodzakelijk.
- Sociaal: solitair of per koppel; mannetjes territoriaal tijdens balts; rustige, prikkelarme omgeving essentieel.
- Voeding: granen, groenvoer, insecten en kleine dierlijke eiwitten; speciaal trappen- of kraanvogelvoer; voer op de grond aanbieden; altijd schoon water aanwezig.
- Overig: stressgevoelig; dagelijkse gezondheidscontrole aanbevolen; broedplek op open grond; afgelegen ligging van het verblijf bevordert welzijn en veiligheid.
Man:
De man heeft een opvallend glanzend verenkleed met een rijke kastanjebruine tint op de rug. De kop is donkerder met een subtiele groene glans, die contrasteert met de lichtere nek. De borst is diepgrijs met fijne, zwarte streepjes die naar de buik toe vervagen. Vleugels tonen een patroon van donkere en lichte banden, wat een gestreept effect geeft. De snavel is stevig en zwart, met een lichte kromming aan de punt. Poten zijn donkergrijs en hebben een gladde textuur. De iris is helder geel, wat een scherp contrast vormt met de donkere oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een matter verenkleed met een overwegend bruine tint, minder glans dan de man. De kop is lichter bruin met een subtiele, goudachtige glans, die overgaat in een grijze nek. De borst is lichtbruin met een fijn, donker stippelpatroon dat naar de buik toe vervaagt. Vleugels zijn minder contrastrijk, met een gelijkmatige bruine kleur en lichte randen. De snavel is slanker en donkergrijs, met een rechte vorm. Poten zijn lichtgrijs en hebben een iets ruwe textuur. De iris is lichtbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een overwegend grijsbruine tint, zonder de glans van volwassenen. De kop is egaal grijs met een lichte, vage streep over de ogen. De borst is lichtgrijs met een onregelmatig, donker vlekkenpatroon dat naar de buik toe vervaagt. Vleugels zijn uniform grijsbruin, zonder duidelijke bandering of contrasten. De snavel is korter en lichter grijs, met een rechte vorm. Poten zijn bleekgrijs en hebben een gladde textuur. De iris is grijsbruin, met een onopvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, lichtbruin verenkleed met een subtiele, donkere streep op de rug. De snavel is klein en geelachtig, met een zachte textuur.