Vogel
Atitlanfuut
Atitlanfuut
Podilymbus gigas
Log in om deze soort toe te voegenDe Atitlanfuut behoort tot het geslacht Podilymbus binnen de familie van Futen (Podicipedidae).
Deze vogelsoort was uitsluitend endemisch in het Lago de Atitl�n, Guatemala, op ongeveer 1700 meter hoogte. Hij leefde in zoetwatermeren met vegetatie en was een niet-vliegende duiker die vis en ongewervelde dieren at. Door habitatverlies en introductie van roofvissen verdween de soort rond 1990.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Futen (Podicipediformes)
- Bird Family
- Futen (Podicipedidae)
- Bird Genus
- Podilymbus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Futen
Futen zijn uitstekende zwemmers en duikers die vooral in stilstaande of langzaam stromende wateren leven. In de avicultuur hebben ze behoefte aan ruime waterpartijen met vegetatie en beschutte oevers voor broedgedrag. De volgende welzijnsrichtlijnen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze richtlijnen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf met open water (60–100 m² per paar, 1–2,5 m diep); ca. ⅓ van het oppervlak met riet en waterplanten; zacht aflopende oever of drijvend rustplatform; landgedeelte ± 10 m² per paar.
- Klimaat: gematigde soorten buiten op ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij verblijf met water in winter; beschutting tegen wind en regen.
- Sociaal: vooral in paren houden; buiten broedseizoen groepshuisvesting mogelijk met veel ruimte; tijdens kweek visuele afscheiding bij territoriale soorten.
- Voeding: vis (levend of diepgevroren) zoals voorn of spiering; aanvullen met insecten, garnalen of watervogelpellets; tijdens kweek extra dierlijk eiwit en vitaminen; altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: uitstekende waterkwaliteit door filtratie of verversing; drijvende rietmatten of vegetatie voor nestbouw; rustige, natuurlijke omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
Man:
De man heeft een donkergrijze kop met een lichte, bijna zilverachtige glans. De nek is donkerder dan de rest van het lichaam, met een subtiele overgang naar de borst. De borst en buik zijn lichtgrijs met een matte afwerking, zonder opvallende markeringen. De vleugels zijn donkergrijs met een lichte rand aan de dekveren, die bij oudere vogels versleten kan zijn. De snavel is kort en dik, met een grijsachtige kleur en een lichte wasachtige basis. De poten zijn donkergrijs met een enigszins schubbige textuur. De ogen hebben een donkere iris met een nauwelijks zichtbare oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder glans op de kop. De nek is iets lichter van kleur, met een subtiele overgang naar de borst. De borst en buik zijn lichtgrijs, vaak met een iets warmere tint dan bij de man. De vleugels hebben dezelfde donkere kleur, maar de randen van de dekveren zijn minder versleten. De snavel is kort en dik, met een iets lichtere kleur dan bij de man. De poten zijn donkergrijs, met een gladde textuur. De ogen hebben een donkere iris, zonder opvallende oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een bleker verenkleed met een bruine tint op de kop en nek. De borst en buik zijn lichtgrijs met een vage, onregelmatige bandering. De vleugels zijn donkergrijs met een lichtere rand aan de dekveren, die minder versleten is. De snavel is kort en dik, met een bleke, bijna witte kleur. De poten zijn lichtgrijs met een gladde textuur. De ogen hebben een donkere iris, zonder zichtbare oogring. De kop is iets groter in verhouding tot het lichaam dan bij volwassenen.
Kuiken:
Kuikens hebben een donzig verenkleed met een grijsachtige tint en een lichte streep op de kop. De snavel is klein en bleek, met een zachte textuur.