Armeense meeuw

Larus armenicus

Log in om deze soort toe te voegen

De Armeense meeuw behoort tot het geslacht Larus binnen de familie van Meeuwen (Laridae).

Deze vogelsoort komt voor in de Kaukasus en het Midden-Oosten. Het nestelt bij bergmeren in Georgi�, Armeni�, Turkije en westelijk Iran, met de grootste kolonies bij het Sevanmeer in Armeni�. Het is een gedeeltelijke trekvogel waarvan vele overwinteren aan de kusten van Turkije, Libanon en Isra�l. De vogels zijn koloniale nestelaars en leggen drie eieren op een vegetatieheuvel aan het water.

Armeense meeuw
Armenian Gull
Armenienm�we
Go�land d'Arm�nie

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Meeuwen (Laridae)
Bird Genus
Larus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Meeuwen

Meeuwen zijn intelligente en beweeglijke kustvogels die zich in de avicultuur goed aanpassen, mits ze beschikken over voldoende ruimte, water, luchtcirculatie en sociale prikkels. Ze zijn actief, sociaal en nieuwsgierig, waardoor een gevarieerde omgeving essentieel is voor hun welzijn. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf met waterpartij (80–100 m² per paar, 3–4 m hoog); zand-, grind- of grasbodem met open zones en schuilplekken; ondiep bassin met helder water; rust- en nestplaatsen op eilandjes of vlakke daken.
  • Klimaat: weerbestendig; jaarrond buiten te houden; bij kou droog, tochtvrij nachthok; bij hitte schaduw en beschutting tegen zon.
  • Sociaal: kolonievogels; houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en nestgelegenheid vereist.
  • Voeding: vis, garnalen, mosselen en watervogelpellets; aanvullen met insecten of kleine hoeveelheden vlees/eieren; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon drink- en badwater.
  • Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; geen scherpe of gladde oppervlakken; rustige, gevarieerde omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
Huisvestingsrichtlijnen meeuwen

Man:
De man heeft een helderwitte kop en nek met een subtiele grijze tint op de kruin. De rug en bovenvleugels zijn donkergrijs, met een lichte glans die bij zonlicht opvalt. De vleugelpunten zijn zwart met kleine witte vlekken aan de uiteinden. De borst en buik zijn egaal wit, zonder zichtbare markeringen. De snavel is geel met een rode vlek nabij de punt, en de basis is lichtgroen. De poten zijn geelachtig met een gladde textuur. De iris is lichtgeel, omringd door een dunne rode oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met een iets doffere grijstint op de rug. De kop en nek zijn wit, met een lichte grijze waas die minder uitgesproken is dan bij de man. De vleugelpunten zijn zwart met witte vlekken, maar de contrasten zijn minder scherp. De borst en buik zijn wit, zonder markeringen. De snavel is geel met een subtiele rode vlek, minder opvallend dan bij de man. De poten zijn geel, met een iets ruwere textuur. De iris is lichtgeel, met een minder opvallende rode oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een bruinachtig verenkleed met een gemarmerd patroon op de rug en vleugels. De kop en nek zijn lichtbruin met donkere strepen, die een vlekkerig uiterlijk geven. De borst en buik zijn vuilwit met bruine vlekken, die naar de flanken toe intenser worden. De vleugelveren zijn donkerbruin met lichtere randen, die een versleten indruk geven. De snavel is donkergrijs met een zwarte punt, zonder opvallende markeringen. De poten zijn vleeskleurig met een ruwe textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, grijsbruin verenkleed met donkere vlekken verspreid over het lichaam. De snavel en poten zijn donkergrijs, zonder opvallende kenmerken.