Vogel
Audouins meeuw
Audouins meeuw
Larus audouinii
Log in om deze soort toe te voegenDe Audouins meeuw behoort tot het geslacht Larus binnen de familie van Meeuwen (Laridae).
De Audouinse meeuw is een kustvogel die voornamelijk in de Middellandse Zee en de Atlantische kust van Noord-Afrika leeft. Ze broedt op eilanden en rotsachtige kliffen, vaak in kolonies. Dit middelgrote dier is een specialiseerde viseter en voedt zich met name met vis, zoals haring en ansjovis, die ze 's nachts vangt. In de niet-broeitijd prefereert de soort beschutte baaien en blijft ze meestal in de buurt van de kust.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Meeuwen (Laridae)
- Bird Genus
- Larus
Ringmaat
Man 10.0 mm Vrouw 10.0 mmWelzijnsadviezen
Meeuwen
Meeuwen zijn intelligente en beweeglijke kustvogels die zich in de avicultuur goed aanpassen, mits ze beschikken over voldoende ruimte, water, luchtcirculatie en sociale prikkels. Ze zijn actief, sociaal en nieuwsgierig, waardoor een gevarieerde omgeving essentieel is voor hun welzijn. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf met waterpartij (80–100 m² per paar, 3–4 m hoog); zand-, grind- of grasbodem met open zones en schuilplekken; ondiep bassin met helder water; rust- en nestplaatsen op eilandjes of vlakke daken.
- Klimaat: weerbestendig; jaarrond buiten te houden; bij kou droog, tochtvrij nachthok; bij hitte schaduw en beschutting tegen zon.
- Sociaal: kolonievogels; houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en nestgelegenheid vereist.
- Voeding: vis, garnalen, mosselen en watervogelpellets; aanvullen met insecten of kleine hoeveelheden vlees/eieren; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon drink- en badwater.
- Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; geen scherpe of gladde oppervlakken; rustige, gevarieerde omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een overwegend zilvergrijs verenkleed met een lichte glans. De kop is helderwit, wat contrasteert met de grijze nek en rug. De vleugels zijn donkerder grijs met een subtiele zwarte rand aan de uiteinden. De snavel is slank en rood met een lichte gele punt. De poten zijn groenachtig grijs en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een smalle rode oogring. De borst en buik zijn egaal wit, zonder zichtbare markeringen.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar zilvergrijs verenkleed als de man, maar met een iets mattere uitstraling. De kop is eveneens wit, maar kan een lichte grijze waas vertonen. De vleugels hebben dezelfde donkere grijze tint met zwarte uiteinden. De snavel is rood, maar iets korter en dikker dan die van de man. De poten zijn groenachtig grijs, met een iets ruwere structuur. De iris is donkerbruin met een subtiele rode oogring. De borst en buik zijn wit, met een zachte overgang naar de grijze flanken.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met lichtere randen, wat een geschubd effect geeft. De kop is bruin met een vage witte keelvlek. De vleugels zijn donkerbruin met lichtere randen en een opvallende witte band. De snavel is donkergrijs met een zwarte punt, dikker dan bij volwassenen. De poten zijn vleeskleurig en hebben een ruwe textuur. De iris is donkerbruin zonder opvallende oogring. De borst en buik zijn lichtbruin met een onregelmatige vlekkenpatroon.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig grijsbruin verenkleed met donkere vlekken. De snavel en poten zijn lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.