Vogel
Grijskopmeeuw
Grijskopmeeuw
Larus cirrocephalus
Log in om deze soort toe te voegenDe Grijskopmeeuw behoort tot het geslacht Larus binnen de familie van Meeuwen (Laridae).
Deze opvallende meeuwensoort komt voor in grote delen van Afrika ten zuiden van de Sahara en in Noord- en Zuid-Amerika, vaak nabij kusten, grote meren, riviermondingen, lagunes, havens en afwateringsgebieden. De soort houdt zich op in groepen, zowel langs kust als bij zoet- en brakwater, en broedt in kolonies op rieteilanden of moerassen waar twee tot drie eieren worden gelegd. Het is een sociale, niet echt trekvogel, maar breidt zijn leefgebied buiten het broedseizoen uit en verkiest voedselzoeken en overnachten in grote groepen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Meeuwen (Laridae)
- Bird Genus
- Larus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Meeuwen
Meeuwen zijn intelligente en beweeglijke kustvogels die zich in de avicultuur goed aanpassen, mits ze beschikken over voldoende ruimte, water, luchtcirculatie en sociale prikkels. Ze zijn actief, sociaal en nieuwsgierig, waardoor een gevarieerde omgeving essentieel is voor hun welzijn. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf met waterpartij (80–100 m² per paar, 3–4 m hoog); zand-, grind- of grasbodem met open zones en schuilplekken; ondiep bassin met helder water; rust- en nestplaatsen op eilandjes of vlakke daken.
- Klimaat: weerbestendig; jaarrond buiten te houden; bij kou droog, tochtvrij nachthok; bij hitte schaduw en beschutting tegen zon.
- Sociaal: kolonievogels; houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en nestgelegenheid vereist.
- Voeding: vis, garnalen, mosselen en watervogelpellets; aanvullen met insecten of kleine hoeveelheden vlees/eieren; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon drink- en badwater.
- Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; geen scherpe of gladde oppervlakken; rustige, gevarieerde omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een grijze kop met een subtiele zilverachtige glans. De nek en borst zijn helderwit, wat contrasteert met de donkergrijze rug. De vleugels zijn lichtgrijs met witte uiteinden, die een scherpe grens vormen. De snavel is felrood met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn roodachtig roze en hebben een gladde textuur. De ogen zijn donker met een dunne, witte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een iets doffere grijze kop dan de man. Haar nek en borst zijn eveneens wit, maar met een minder uitgesproken contrast. De vleugels zijn lichtgrijs met een subtiele witte rand aan de uiteinden. De snavel is iets minder felrood en heeft een rechte vorm. De poten zijn roze, maar iets bleker dan die van de man. De ogen zijn donker met een smalle, grijze oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een bruingrijze kop met een vage, gevlekte tekening. De nek en borst zijn vuilwit met een bruine waas. De vleugels zijn donkergrijs met bruine randen en lichte vlekken. De snavel is bruin met een lichtere basis en een rechte vorm. De poten zijn grijsachtig roze en hebben een ruwe textuur. De ogen zijn donker met een onopvallende, grijze oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, grijsbruin dons. Hun snavel en poten zijn lichtgrijs van kleur.