Lavameeuw

Larus fuliginosus

Log in om deze soort toe te voegen

De Lavameeuw behoort tot het geslacht Larus binnen de familie van Meeuwen (Laridae).

Deze zeldzame meeuwsoort komt uitsluitend voor op de Galapagoseilanden, voornamelijk langs de kust dichtbij rustige wateren zoals lagunes. Ze nestelen solitair op de grond onder vegetatie en verdedigen hun territorium fel. Hun dieet is omnivoor; ze eten vis, kleine kreeftachtigen, jonge reptielen en zijn ook aaseters. De broedtijd duurt ongeveer een maand, met twee goed gecamoufleerde eieren per legsel. De soort staat als kwetsbaar bekend vanwege de kleine populatie en bedreigingen uit hun leefgebied.

Lavameeuw
Lava Gull
Lavam�we
Mouette obscure

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Meeuwen (Laridae)
Bird Genus
Larus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Meeuwen

Meeuwen zijn intelligente en beweeglijke kustvogels die zich in de avicultuur goed aanpassen, mits ze beschikken over voldoende ruimte, water, luchtcirculatie en sociale prikkels. Ze zijn actief, sociaal en nieuwsgierig, waardoor een gevarieerde omgeving essentieel is voor hun welzijn. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf met waterpartij (80–100 m² per paar, 3–4 m hoog); zand-, grind- of grasbodem met open zones en schuilplekken; ondiep bassin met helder water; rust- en nestplaatsen op eilandjes of vlakke daken.
  • Klimaat: weerbestendig; jaarrond buiten te houden; bij kou droog, tochtvrij nachthok; bij hitte schaduw en beschutting tegen zon.
  • Sociaal: kolonievogels; houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en nestgelegenheid vereist.
  • Voeding: vis, garnalen, mosselen en watervogelpellets; aanvullen met insecten of kleine hoeveelheden vlees/eieren; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon drink- en badwater.
  • Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; geen scherpe of gladde oppervlakken; rustige, gevarieerde omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
Huisvestingsrichtlijnen meeuwen

Man:
De mannelijke vogel heeft een donkergrijs verenkleed met een subtiele glans. De kop is iets lichter van kleur, met een scherp contrast tegen de donkerdere nek. De vleugels zijn donkergrijs met lichtere randen, wat een versleten uiterlijk kan geven. De borst en buik zijn egaal donkergrijs, zonder opvallende markeringen. De snavel is zwart met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde textuur. De ogen zijn donker met een onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouwelijke vogel heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met een matte afwerking. De kop is iets lichter, met een subtiele overgang naar de nek. De vleugels hebben minder uitgesproken lichte randen, waardoor ze minder versleten lijken. De borst en buik zijn uniform donkergrijs, zonder duidelijke patronen. De snavel is zwart en iets slanker dan die van de man. De poten zijn donkergrijs en hebben een iets ruwere textuur. De ogen zijn donker met een nauwelijks zichtbare oogring.

Juveniel:
Juveniele vogels hebben een donkerbruin verenkleed met een matte afwerking. De kop is iets lichter bruin, met een geleidelijke overgang naar de nek. De vleugels zijn donkerbruin met lichtere randen, wat een versleten uiterlijk geeft. De borst en buik zijn egaal donkerbruin, zonder opvallende markeringen. De snavel is zwart en recht, zonder kromming. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde textuur. De ogen zijn donker met een onopvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens hebben een donzig, lichtgrijs verenkleed met een zachte textuur. De snavel en poten zijn lichtgrijs.