Vogel
Pontische meeuw
Pontische meeuw
Larus cachinnans
Log in om deze soort toe te voegenDe Pontische meeuw (synoniem: Geelpootmeeuw) behoort tot het geslacht Larus binnen de familie van Meeuwen (Laridae).
De Pontische meeuw is een grote, slanke meeuw die voornamelijk broedt rond de Zwarte en Kaspische Zee en steeds vaker voorkomt in Centraal- en Noordwest-Europa, waaronder Nederland. Hier wordt hij vaak gezien langs grote rivieren, in het IJsselmeergebied, op stranden, vuilhopen en in steden. De vogel broedt in kolonies op kale eilanden, tussen duinbegroeiing of op kunstmatige eilandjes, meestal in gezelschap van andere grote meeuwen. Hij heeft een zeer breed dieet dat bestaat uit vis, ongewervelden, aas en afval, en is daarmee een echte opportunist. Overwinterende exemplaren uit Oost-Europa zijn vooral in de wintermaanden aanwezig, terwijl broedvogels van april tot juli te vinden zijn. Het geluid is een luid, nasaal en bijna lachend geroep.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Meeuwen (Laridae)
- Bird Genus
- Larus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Meeuwen
Meeuwen zijn intelligente en beweeglijke kustvogels die zich in de avicultuur goed aanpassen, mits ze beschikken over voldoende ruimte, water, luchtcirculatie en sociale prikkels. Ze zijn actief, sociaal en nieuwsgierig, waardoor een gevarieerde omgeving essentieel is voor hun welzijn. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf met waterpartij (80–100 m² per paar, 3–4 m hoog); zand-, grind- of grasbodem met open zones en schuilplekken; ondiep bassin met helder water; rust- en nestplaatsen op eilandjes of vlakke daken.
- Klimaat: weerbestendig; jaarrond buiten te houden; bij kou droog, tochtvrij nachthok; bij hitte schaduw en beschutting tegen zon.
- Sociaal: kolonievogels; houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en nestgelegenheid vereist.
- Voeding: vis, garnalen, mosselen en watervogelpellets; aanvullen met insecten of kleine hoeveelheden vlees/eieren; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon drink- en badwater.
- Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; geen scherpe of gladde oppervlakken; rustige, gevarieerde omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
Man:
De man heeft een overwegend wit verenkleed met een lichte grijze tint op de rug en vleugels. De vleugelpunten zijn zwart met kleine witte vlekken, wat een scherp contrast geeft. De kop is helder wit, zonder markeringen, en de nek is kort en dik. De snavel is geel met een rode vlek nabij de punt, en de basis is stevig. De poten zijn vleeskleurig en hebben een gladde textuur. De iris is lichtgeel met een smalle rode oogring. In de winter kan de kop een lichte streping vertonen.
Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft vaak een iets minder helder verenkleed. De grijze tint op de rug en vleugels is soms iets donkerder. De vleugelpunten zijn eveneens zwart met witte vlekken, maar kunnen iets minder scherp afsteken. De snavel is vergelijkbaar, geel met een rode vlek, maar soms iets slanker. De poten zijn ook vleeskleurig, maar kunnen een iets mattere uitstraling hebben. De iris is lichtgeel met een rode oogring, net als bij de man. In de winter kan de kop ook lichte streping vertonen.
Juveniel:
Juvenielen hebben een bruinachtig verenkleed met een gevlekt patroon dat een camouflage-effect geeft. De vleugels en rug zijn donkerbruin met lichtere randen, wat een versleten indruk kan geven. De kop is lichter bruin met een vage streping, en de nek is slank. De snavel is donker met een lichtere basis, vaak met een roze tint. De poten zijn grijsachtig en hebben een ruwe textuur. De iris is donkerbruin zonder opvallende oogring. Naarmate ze ouder worden, begint het verenkleed lichter te worden.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, grijsbruin verenkleed met donkere vlekken. De snavel en poten zijn donkergrijs en nog niet volledig ontwikkeld.