Vogel
Ross' meeuw
Ross' meeuw
Rhodostethia rosea
Log in om deze soort toe te voegenDe Ross' meeuw behoort tot het geslacht Rhodostethia binnen de familie van Meeuwen (Laridae).
De Ross' meeuw leeft in het extreme noorden van Noord-Amerika en Siberi�, waar ze broedt op toendra's en overwintert aan de randen van het ijs in de Beringzee en de Zee van Ochotsk. Deze meeuw zoekt voedsel in de vorm van kleine vissen, insecten en schaaldieren, zowel op het land als op zee. In de zomer heeft het een roze kleur en een karakteristieke zwarte halsband. De vogel is zeldzaam in meer zuidelijke gebieden, maar kan soms in Europa worden aangetroffen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Meeuwen (Laridae)
- Bird Genus
- Rhodostethia
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Meeuwen
Meeuwen zijn intelligente en beweeglijke kustvogels die zich in de avicultuur goed aanpassen, mits ze beschikken over voldoende ruimte, water, luchtcirculatie en sociale prikkels. Ze zijn actief, sociaal en nieuwsgierig, waardoor een gevarieerde omgeving essentieel is voor hun welzijn. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf met waterpartij (80–100 m² per paar, 3–4 m hoog); zand-, grind- of grasbodem met open zones en schuilplekken; ondiep bassin met helder water; rust- en nestplaatsen op eilandjes of vlakke daken.
- Klimaat: weerbestendig; jaarrond buiten te houden; bij kou droog, tochtvrij nachthok; bij hitte schaduw en beschutting tegen zon.
- Sociaal: kolonievogels; houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en nestgelegenheid vereist.
- Voeding: vis, garnalen, mosselen en watervogelpellets; aanvullen met insecten of kleine hoeveelheden vlees/eieren; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon drink- en badwater.
- Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; geen scherpe of gladde oppervlakken; rustige, gevarieerde omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een opvallend roze tint op de borst en buik, die in het broedseizoen intenser wordt. De kop is wit met een subtiele grijze waas, die naar de nek toe donkerder wordt. De vleugels zijn lichtgrijs met een zilverachtige glans, waarbij de randen van de dekveren een lichte, bijna witte zoom hebben. De rug is iets donkerder grijs, wat een mooi contrast vormt met de lichtere vleugels. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn donkerrood, wat een scherp contrast biedt met het verenkleed. De ogen zijn donkerbruin, omringd door een dunne, witte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder uitgesproken roze tint op de borst, die vaak meer naar grijs neigt. De kop is overwegend wit, met een subtiele grijze schaduw die naar de nek toe vervaagt. De vleugels zijn lichtgrijs, met een matte afwerking en minder uitgesproken randen dan bij de man. De rug is gelijkmatig grijs, zonder de zilverachtige glans die bij de man te zien is. De snavel is zwart en iets slanker dan die van de man, met een rechte vorm. De poten zijn donkerrood, maar iets minder fel dan bij de man. De ogen zijn donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend grijs verenkleed, met een lichte bruine tint op de borst en buik. De kop is grijs met een vage, donkere streep die van het oog naar de nek loopt. De vleugels zijn donkergrijs, met een matte afwerking en een lichte, versleten uitstraling aan de randen. De rug is egaal grijs, zonder de glans die bij volwassen vogels te zien is. De snavel is zwart en recht, met een iets stompe punt. De poten zijn donkergrijs, wat minder opvallend is dan bij volwassen vogels. De ogen zijn donkerbruin, zonder zichtbare oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, grijs dons dat een lichte bruine tint heeft. De snavel en poten zijn lichtgrijs, wat een subtiel contrast biedt met het dons.