Vogel
Stormmeeuw
Stormmeeuw
Larus canus
Log in om deze soort toe te voegenDe Stormmeeuw behoort tot het geslacht Larus binnen de familie van Meeuwen (Laridae).
Deze middelgrote meeuw komt voor in noordelijke delen van Europa en Azi�, vaak langs kusten, eilanden en moerassen. Ze broeden koloniesgewijs op droge grond en voedsel zoeken ze zowel overdag als in schemering, vaak in grote groepen. Hun dieet varieert van insecten tot schaaldieren, waarbij ze soms prooien op rotsen kapotslaan.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Meeuwen (Laridae)
- Bird Genus
- Larus
Ringmaat
Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mmWelzijnsadviezen
Meeuwen
Meeuwen zijn intelligente en beweeglijke kustvogels die zich in de avicultuur goed aanpassen, mits ze beschikken over voldoende ruimte, water, luchtcirculatie en sociale prikkels. Ze zijn actief, sociaal en nieuwsgierig, waardoor een gevarieerde omgeving essentieel is voor hun welzijn. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf met waterpartij (80–100 m² per paar, 3–4 m hoog); zand-, grind- of grasbodem met open zones en schuilplekken; ondiep bassin met helder water; rust- en nestplaatsen op eilandjes of vlakke daken.
- Klimaat: weerbestendig; jaarrond buiten te houden; bij kou droog, tochtvrij nachthok; bij hitte schaduw en beschutting tegen zon.
- Sociaal: kolonievogels; houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en nestgelegenheid vereist.
- Voeding: vis, garnalen, mosselen en watervogelpellets; aanvullen met insecten of kleine hoeveelheden vlees/eieren; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon drink- en badwater.
- Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; geen scherpe of gladde oppervlakken; rustige, gevarieerde omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De mannelijke vogel heeft een grijs verenkleed met een lichte zilverachtige glans. De kop is wit met een subtiele grijze tint in de winter. De vleugels zijn grijs met zwarte uiteinden en witte vlekken. De borst en buik zijn helderwit, wat contrasteert met de grijze rug. De snavel is geel met een groene tint en een rode vlek aan de punt. De poten zijn geelgroen en de iris is lichtgeel met een dunne rode oogring.
Vrouw:
De vrouwelijke vogel lijkt sterk op het mannetje, maar heeft een iets doffere grijstint. De kop is in de winter lichtgrijs gestreept, wat in de zomer witter wordt. De vleugels hebben dezelfde zwarte uiteinden met witte vlekken als het mannetje. De borst en buik zijn wit, maar kunnen een iets grijzere tint hebben. De snavel is geel met een subtiele groene tint, zonder rode vlek. De poten zijn geelgroen en de iris is lichtgeel met een dunne rode oogring.
Juveniel:
Juveniele vogels hebben een bruinachtig verenkleed met een gevlekt patroon. De kop is bruin met lichtere strepen, wat een gemarmerd effect geeft. De vleugels zijn bruin met lichtere randen en een donkere band aan de uiteinden. De borst en buik zijn lichtbruin met een vage streping. De snavel is donker met een lichtere basis en geen rode vlek. De poten zijn vleeskleurig en de iris is donkerbruin zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens hebben een donzig grijsbruin verenkleed met donkere vlekken. De snavel en poten zijn lichtgrijs.