Witoogmeeuw

Larus leucophthalmus

Log in om deze soort toe te voegen

De Witoogmeeuw behoort tot het geslacht Larus binnen de familie van Meeuwen (Laridae).

Deze middelgrote zeevogel leeft voornamelijk langs de kust en broedt op rotseilandjes met zandstranden in de Rode Zee. Buiten het broedseizoen trekt hij ook verder de zee in, vaak tot in gebieden rond Oman en Somali�. De soort jaagt vooral op vis en vertoont sociaal gedrag tijdens het foerageren en broeden.

Witoogmeeuw
White-eyed Gull
Wei�augenm�we
Go�land � iris blanc

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Meeuwen (Laridae)
Bird Genus
Larus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Meeuwen

Meeuwen zijn intelligente en beweeglijke kustvogels die zich in de avicultuur goed aanpassen, mits ze beschikken over voldoende ruimte, water, luchtcirculatie en sociale prikkels. Ze zijn actief, sociaal en nieuwsgierig, waardoor een gevarieerde omgeving essentieel is voor hun welzijn. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf met waterpartij (80–100 m² per paar, 3–4 m hoog); zand-, grind- of grasbodem met open zones en schuilplekken; ondiep bassin met helder water; rust- en nestplaatsen op eilandjes of vlakke daken.
  • Klimaat: weerbestendig; jaarrond buiten te houden; bij kou droog, tochtvrij nachthok; bij hitte schaduw en beschutting tegen zon.
  • Sociaal: kolonievogels; houden in paren of kleine groepen; tijdens broedperiode territoriaal – voldoende ruimte en nestgelegenheid vereist.
  • Voeding: vis, garnalen, mosselen en watervogelpellets; aanvullen met insecten of kleine hoeveelheden vlees/eieren; in kweek extra dierlijk eiwit en kalk; altijd schoon drink- en badwater.
  • Overig: waterkwaliteit waarborgen door regelmatige verversing of doorstroming; geen scherpe of gladde oppervlakken; rustige, gevarieerde omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
Huisvestingsrichtlijnen meeuwen

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
De man heeft een opvallend witte kop met een subtiele grijze tint op de nek. De borst en buik zijn helderwit, wat contrasteert met de donkergrijze vleugels. De vleugeldekveren hebben een lichte zilverachtige glans, vooral zichtbaar in direct zonlicht. De snavel is felgeel met een rode punt, zonder wasachtige structuren. De poten zijn donkerroze en hebben een gladde textuur. De iris is lichtgeel, omringd door een dunne rode oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een iets doffere kop dan de man, met een lichte grijze waas. De borst en buik zijn eveneens wit, maar met een subtiele grijze schaduw. De vleugels zijn donkergrijs met een matte afwerking, zonder opvallende glans. De snavel is geel met een minder uitgesproken rode punt. De poten zijn lichtroze en vertonen een fijne schubstructuur. De iris is geel, met een minder opvallende rode oogring dan bij de man.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend grijsbruin verenkleed met een vage bandering op de vleugels. De kop is lichtbruin met een donkerder masker rond de ogen. De borst en buik zijn vuilwit met bruine vlekken. De vleugeldekveren zijn bruin met lichtere randen, wat een versleten indruk geeft. De snavel is donkergrijs met een lichtere basis. De poten zijn grijsachtig roze en hebben een ruwe textuur. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, grijsbruin dons met donkere vlekken. De snavel en poten zijn lichtgrijs.