Vogel
Paradijskraanvogel
Paradijskraanvogel
Grus paradisea
Log in om deze soort toe te voegenDe Paradijskraanvogel (Synoniem: Stanleyskraanvogel) behoort tot het geslacht Grus uit de familie van Kraanvogels (Gruidae).
Deze vogelsoort bewoont droge graslanden en open gebieden in Zuid-Afrika, met een kleinere populatie in Noord-Namibi�. Ze zijn te vinden in gebieden met gemengde droge en natte omgevingen, vooral tijdens het broedseizoen. Het zijn altitudinale trekvogels, die 's winters naar lagere hoogtes migreren. Ze zijn gedeeltelijk sociaal, met een strikte hi�rarchie in groepen, en zijn agressief tijdens het broeden gdy ze hun nesten verdedigen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
- Bird Family
- Kraanvogels (Gruidae)
- Bird Genus
- Grus
Ringmaat
Man 20.0 mm Vrouw 20.0 mmWelzijnsadviezen
Kraanvogels
Het welzijn van deze soort vraagt om zorgvuldige aandacht voor leefomgeving en huisvesting.
Om de kraanvogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste aanbevolen richtlijnen.
- Voeding: variatie van planten, granen, dierlijke eiwitten of pellets.
- Sociaal: paren in broedseizoen, groepen buiten seizoen.
- Leefruimte: buitenverblijf met gras, beschutting en water.
- Klimaat: winterharde soorten buiten; subtropisch verwarmd; andere vorstvrij.
- Ruimte: grote soorten ± 200-300 m², kleine soorten ± 100-150 m², subtropische soorten ± 10 m² binnen.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
- Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
- Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.
Man:
Het mannetje heeft een overwegend grijs verenkleed over het lichaam, met lichtere grijze onderzijde. De kop en bovenhals zijn zwart, met een opvallende rode kale kruin en een witte wangpartij. De snavel is lang, recht en grijs tot hoornkleurig. De poten zijn donkergrijs tot zwart en lang, geschikt om in graslanden en wetlands te waden. De iris is donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en vertoont hetzelfde grijze verenkleed en zwart met rood-witte kop. Ze is meestal iets kleiner en de snavel kan iets slanker zijn. De poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.
Juveniel:
Jonge vogels lijken op de volwassenen, maar het grijze verenkleed is matter en bruiner. De rode kruin en witte wangpartij zijn nog niet volledig ontwikkeld. De snavel is korter en grijzer, de poten grijzer en de iris bruinachtig.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons met lichtere vlekken op de bovenzijde voor camouflage. De onderzijde is lichter, bijna beige. De snavel is kort en grijs, de poten grijsgroen en de iris donkerbruin. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen snavel, poten en volwassen grijs verenkleed zich volledig en verschijnen de karakteristieke rode kale kruin en witte wangpartij.