Vogel
Grijskopkievit
Grijskopkievit
Vanellus cinereus
Log in om deze soort toe te voegenDe Grijskopkievit behoort tot het geslacht Vanellus binnen de familie van Plevieren, kieviten (Charadriidae).
Deze middelgrote steltloper broedt in natte graslanden, rijstvelden en moerasranden in Noordoost-China en Japan. In de winter zijn ze sociaal en verblijven ze in soortgelijke natte gebieden in Noordoost-India, Bangladesh en Zuidoost-Azi�. Ze foerageren vooral op ongewervelden in ondiep water en graslanden.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Kieviten en plevieren (Charadriidae)
- Bird Genus
- Vanellus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Plevieren en Kieviten
Plevieren en kieviten zijn wadvogels die vooral leven op open vlaktes, kustgebieden en oevers van meren en rivieren. In de avicultuur vragen ze om droge, open verblijven met ondiep water, zachte bodem en voldoende rust- en foerageerplekken. Om plevieren of kieviten op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste geadviseerde richtlijnen.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met open zand- of grindbodem en ondiep water (5–15 cm) voor foerageren; helft van oppervlak droog met gras of lage vegetatie; enkele stenen of keien als rustplaatsen; binnenverblijf ± 4 m² per paar bij kou of regen.
- Klimaat: koudebestendig; jaarrond buiten met beschutting en ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; droog en goed geventileerd verblijf voorkomt poot- en verenproblemen.
- Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedseizoen territoriaal – voldoende ruimte vereist; buiten kweekperiode groepshuisvesting mogelijk bij rust en ruimte.
- Voeding: insecten, wormen, kreeftachtigen en watervogelpellets; levend voer (meelwormen, krekels, muggenlarven) stimuleert foerageergedrag; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: waterkwaliteit en bodemhygiëne waarborgen door regelmatige verversing; zachte, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; obstakelvrije inrichting voorkomt verwondingen.
Man:
De man heeft een overwegend grijs verenkleed met een lichte glans op de rug. De kop is donkerder met een opvallend zwart masker dat scherp contrasteert met de witte keel. De borst is lichtgrijs, geleidelijk overgaand in een wittere buik. De vleugels zijn donkergrijs met een subtiele witte rand aan de uiteinden. De snavel is zwart met een lichte kromming en een smalle, naakte huid aan de basis. De poten zijn lang en geelachtig, met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne, onopvallende oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar grijs verenkleed als de man, maar met een matte afwerking. Het zwarte masker op de kop is minder uitgesproken en de keel is iets grijzer. De borst en buik tonen een subtiele overgang van grijs naar wit, zonder scherpe contrasten. De vleugels zijn donkergrijs met een minder opvallende witte rand. De snavel is iets korter en lichter van kleur, met een vergelijkbare naakte huid aan de basis. De poten zijn geelachtig, maar iets korter en robuuster dan die van de man. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer grijs verenkleed met een lichte bruine tint op de rug. De kop mist het zwarte masker en is egaal grijs met een vage witte keel. De borst en buik zijn lichtgrijs, zonder duidelijke scheiding. De vleugels zijn donkergrijs met een versleten uiterlijk en nauwelijks zichtbare witte randen. De snavel is korter en lichter, met een onopvallende naakte huid aan de basis. De poten zijn geelachtig, maar met een ruwe textuur en kortere lengte. De iris is donkerbruin, zonder duidelijke oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, geelbruin verenkleed met donkere vlekken. De poten zijn kort en geelachtig.