Prairiplevier

Anarhynchus montanus

Log in om deze soort toe te voegen

De Prairiplevier behoort tot het geslacht Anarhynchus binnen de familie van Plevieren, kieviten (Charadriidae).

De prairieplevier is een middelgrote vogel uit de plevierenfamilie die voorkomt op de droge, open vlaktes van Noord-Amerika, van Zuidoost-Canada tot het noorden van Mexico. Anders dan de meeste plevieren mijdt deze soort waterrijke gebieden en leeft hij juist in kortgrassteppen en verlaten akkers, vaak in de buurt van prairiehonden. Hij leeft vooral van insecten, nestelt in een onopvallende kuil op de kale grond en vertoont bijzonder schutkleurgedrag: bij gevaar drukt hij zich tegen de bodem en is dan nauwelijks te zien. Het broedseizoen is bijzonder: het vrouwtje kan twee legsels produceren, waarbij elk opgevoed wordt door een andere ouder.

Prairiplevier
Mountain Plover
Bergregenpfeifer
Pluvier montagnard

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Kieviten en plevieren (Charadriidae)
Bird Genus
Anarhynchus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Plevieren en Kieviten

Plevieren en kieviten zijn wadvogels die vooral leven op open vlaktes, kustgebieden en oevers van meren en rivieren. In de avicultuur vragen ze om droge, open verblijven met ondiep water, zachte bodem en voldoende rust- en foerageerplekken. Om plevieren of kieviten op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste geadviseerde richtlijnen.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met open zand- of grindbodem en ondiep water (5–15 cm) voor foerageren; helft van oppervlak droog met gras of lage vegetatie; enkele stenen of keien als rustplaatsen; binnenverblijf ± 4 m² per paar bij kou of regen.
  • Klimaat: koudebestendig; jaarrond buiten met beschutting en ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; droog en goed geventileerd verblijf voorkomt poot- en verenproblemen.
  • Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedseizoen territoriaal – voldoende ruimte vereist; buiten kweekperiode groepshuisvesting mogelijk bij rust en ruimte.
  • Voeding: insecten, wormen, kreeftachtigen en watervogelpellets; levend voer (meelwormen, krekels, muggenlarven) stimuleert foerageergedrag; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd schoon zwem- en drinkwater.
  • Overig: waterkwaliteit en bodemhygiëne waarborgen door regelmatige verversing; zachte, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; obstakelvrije inrichting voorkomt verwondingen.
Huisvestingsrichtlijnen Kluten en steltkluten

Man:
De man heeft een overwegend grijs verenkleed met een lichte zilverachtige glans. De kop is donkerder grijs met een subtiele blauwe tint, die contrasteert met de lichtere nek. De borst en buik zijn egaal grijs, zonder opvallende markeringen. Vleugels tonen een lichte bandering met donkergrijze dekveren. De snavel is recht en zwart, met een lichte kromming aan de punt. Poten zijn donkergrijs met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een dunne, grijze oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een doffer grijs verenkleed met minder glans dan de man. De kop is lichtgrijs met een subtiele bruine tint, die geleidelijk overgaat in de nek. De borst en buik zijn iets lichter grijs, met een vage streping. Vleugels hebben een minder uitgesproken bandering dan bij de man. De snavel is korter en iets lichter van kleur, met een rechte vorm. Poten zijn grijsbruin met een iets ruwere textuur. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een matte uitstraling. De kop is lichtbruin met een vage streping, die doorloopt naar de nek. De borst en buik zijn lichter bruin, met een onregelmatige vlekkenpatroon. Vleugels vertonen een duidelijke bandering met versleten randen. De snavel is kort en donkergrijs, met een lichte kromming. Poten zijn lichtgrijs met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, zonder zichtbare oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat lichtgrijs van kleur is. De snavel is kort en geelachtig, met een rechte vorm.