Houtduif (azoren)

Columba palumbus azorica

Log in om deze soort toe te voegen

De Houtduif (azoren) behoort tot het geslacht Columba uit de familie van duiven (Columbidae)

.

Deze endemische vogelsoort is de enige levende duif in de laurierbossen van de Azoren. De vogels zijn te vinden in het centrale en oostelijke deel van de eilanden. Ze zijn nauw verwant aan andere bosduiven, zoals die in Afrika en Europa. De habitat bestaat voornamelijk uit dichte bosgebieden, waar ze op planten en zaden foerageren. Hun gedrag en uiterlijk zijn slechts licht afwijkend van hun Europees verwanten, met een donkerdere kleur. Ze zijn geklasseerd als bedreigd.

Houtduif (azoren)
Common Wood Pigeon (azorica)
Pigeon ramier (azorica)

Taxonomische indeling

Bird Order
Duiven (Columbiformes)
Bird Family
Duiven (Columbidae)
Bird Genus
Columba

Ringmaat

Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mm

Welzijnsadviezen

Duiven

Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag.  De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
  • Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
  • Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
  • Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
  • Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Huisvestingsrichtlijnen Duiven

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Europese soort (EG richtlijn)

Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
  • Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.

Man:
Het mannetje is een grote, robuuste duif van circa 40-43 cm lengte. De kop en nek zijn donkergrijs tot leigrijs, vaak met een subtiele groen- of purperglans op de zijkant van de hals. Anders dan de meeste andere ondersoorten ontbreekt meestal de opvallende witte halsvlek of is deze sterk gereduceerd. De borst is donker purpergrijs tot wijnrood, contrasterend met de vuilwitte buik. De rug en vleugels zijn donkergrijsbruin met zwarte slagpennen. De vleugeldekveren en armpennen hebben brede, lichtere uiteinden die in vlucht een duidelijke vleugelstreep vormen. De staart is breed en donkergrijs met een lichtere eindband. De snavel is geelachtig met een rode basis, de poten zijn karmijnrood en de iris oranjerood met een smalle, bleke oogring.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar is gemiddeld iets kleiner en matter van kleur. De borstzweem is minder intens en de irisatie op de hals is minder uitgesproken. De iris is meer oranjebruin dan fel rood.

Juveniel:
Juvenielen zijn donkerder en bruiner van toon, met een meer egaal verenkleed. De witte halsvlek ontbreekt volledig. De borst is grijsbruin zonder purperzweem en de vleugelstreep is minder contrasterend. De veren op de bovenzijde hebben lichtere randjes die een geschubd patroon vormen. De snavel is grijzer, de poten valer rood en de iris donkerbruin.

Kuiken:
De kuikens zijn nestblijvers en worden geboren met een dun, grijsbruin dons. De snavel is fors en donker, de poten vleeskleurig en de ogen gesloten. In de eerste weken worden ze gevoed met 'duivenmelk', waarna ze hun eerste bruinige juveniele kleed ontwikkelen.