Vogel
Steppekievit
Steppekievit
Vanellus gregarius
Log in om deze soort toe te voegenDe Steppekievit (synoniem: Steppenkievit of Steppeplevier) behoort tot het geslacht Vanellus binnen de familie van Plevieren, kieviten (Charadriidae).
Deze vogelsoort woont voornamelijk in uitgestrekte steppes en droge graslanden in Centraal-Azi�, vooral in Kazachstan. Hij broedt op de grond en trekt in groepen langs migratieroutes richting het Midden-Oosten, India en delen van Afrika om te overwinteren. Het dier voedt zich vooral met insecten en vertoont sociaal gedrag binnen zijn groepen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Kieviten en plevieren (Charadriidae)
- Bird Genus
- Vanellus
Ringmaat
Man 5.5 mm Vrouw 5.5 mmWelzijnsadviezen
Plevieren en Kieviten
Plevieren en kieviten zijn wadvogels die vooral leven op open vlaktes, kustgebieden en oevers van meren en rivieren. In de avicultuur vragen ze om droge, open verblijven met ondiep water, zachte bodem en voldoende rust- en foerageerplekken. Om plevieren of kieviten op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste geadviseerde richtlijnen.
- Huisvesting: ruim buitenverblijf (40–60 m² per paar) met open zand- of grindbodem en ondiep water (5–15 cm) voor foerageren; helft van oppervlak droog met gras of lage vegetatie; enkele stenen of keien als rustplaatsen; binnenverblijf ± 4 m² per paar bij kou of regen.
- Klimaat: koudebestendig; jaarrond buiten met beschutting en ijsvrij water; tropische soorten vorstvrij bij >10 °C; droog en goed geventileerd verblijf voorkomt poot- en verenproblemen.
- Sociaal: leven in paren of kleine groepen; tijdens broedseizoen territoriaal – voldoende ruimte vereist; buiten kweekperiode groepshuisvesting mogelijk bij rust en ruimte.
- Voeding: insecten, wormen, kreeftachtigen en watervogelpellets; levend voer (meelwormen, krekels, muggenlarven) stimuleert foerageergedrag; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd schoon zwem- en drinkwater.
- Overig: waterkwaliteit en bodemhygiëne waarborgen door regelmatige verversing; zachte, goed gedraineerde bodem voorkomt pootproblemen; obstakelvrije inrichting voorkomt verwondingen.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een opvallend zwart gezicht en keel, die sterk contrasteren met de witte nek. De bovenzijde is bruin met een subtiele groene glans, terwijl de vleugels donkerder zijn. De borst is lichtbruin en gaat over in een witte buik. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming. De poten zijn lang en geelachtig, wat een scherp contrast vormt met het verenkleed. De iris is donkerbruin, omgeven door een dunne, lichte oogring. In de broedtijd zijn de kleuren intenser en de glans prominenter.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder contrasterend verenkleed dan de man, met een grijzere tint op de kop. De keel is lichter, vaak grijsachtig, en de nek is minder helder wit. De bovenzijde is bruin met een matte afwerking, zonder de groene glans van de man. De borst is lichtbruin, maar minder uitgesproken dan bij de man. De snavel is vergelijkbaar in vorm, maar iets lichter van kleur. De poten zijn ook geelachtig, maar kunnen een iets doffere tint hebben. De iris is donkerbruin, met een subtiele oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een vage, gestreepte tekening op de borst. De kop is minder contrastrijk, met een grijsbruine tint en een lichte keel. De bovenzijde is bruin met een lichte, versleten uitstraling, zonder glans. De vleugels zijn donkerder, met een lichte rand aan de dekveren. De snavel is kort en grijsachtig, met een lichte kromming. De poten zijn geelachtig, maar vaak met een grijzige waas. De iris is donker, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig, geelbruin verenkleed met donkere vlekken. De poten zijn kort en geelachtig.