Vogel
Indische muskaatduif
Indische muskaatduif
Ducula badia
Log in om deze soort toe te voegenDe Indische muskaatduif behoort tot het geslacht Ducula uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze vogelsoort komt voor in grote delen van Zuidoost-Azië, waaronder landen als Maleisië, Thailand en India. Hij leeft vooral in vochtige, tropische laagland- en bergbossen tot ongeveer 2500 meter hoogte, vaak in oude, ongerepte bossen. De soort voedt zich met vruchten, zoals vijgen en nootmuskaat, en kan zowel solitair als in groepen worden gezien. Overdag verblijft hij meestal in de hoge boomkruinen en vliegt hij hoog over het bos.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Ducula
Ringmaat
Man 10.0 mm Vrouw 10.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een grote, robuuste duif van circa 41-45 cm lengte. De kop en nek zijn lichtgrijs tot asgrijs, vaak met een subtiele groen- of purperglans op de zijkant van de hals. De borst is warm kastanjebruin tot wijnrood, contrasterend met de vuilwitte tot lichtgrijze buik. De rug en vleugels zijn donkergrijsbruin tot olijfbruin, met soms een bronsgroene irisatie op de dekveren. De staart is breed en donkergrijs met een duidelijke lichtere eindband. De snavel is hoornkleurig tot bleekgroen met een donkere punt, de poten zijn karmijnrood en de iris oranjerood, vaak omrand door een smalle bleke oogring.
Vrouw:
Het vrouwtje is vergelijkbaar met het mannetje, maar gemiddeld iets kleiner en doffer van kleur. De kastanjebruine borst is minder intens en de irisatie op de hals en vleugels is zwakker. De iris neigt meer naar oranjebruin.
Juveniel:
Juvenielen zijn donkerder en bruiner van toon. De borst is grijsbruin zonder de kastanjekleurige tint en de buik is vuilwit. De rug- en vleugelveren hebben lichtere randjes die een geschubd effect opleveren. De snavel is grijzer, de poten zijn valer rood en de iris donkerbruin.
Kuiken:
De kuikens zijn nestblijvers en worden geboren met een dun, donkergrijs tot bruin dons. De snavel is fors en donker, de poten zijn vleeskleurig en de ogen gesloten bij uitkomst. In de eerste weken krijgen ze 'duivenmelk', waarna ze hun eerste, bruinige juveniele kleed ontwikkelen.