Vogel
Papoeajaarvogel
Papoeajaarvogel
Rhyticeros plicatus
Log in om deze soort toe te voegenDe Papoeajaarvogel (synoniem: Papoea neushoornvogel) behoort tot het geslacht Rhyticeros binnen de familie van Neushoornvogels (Bucerotidae).
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Neushoornvogels (Bucerotiformes)
- Bird Family
- Neushoornvogels (Bucerotidae)
- Bird Genus
- Rhyticeros
Ringmaat
Man 16.0 mm Vrouw 16.0 mmWelzijnsadviezen
Neushoornvogels
Neushoornvogels zijn middelgrote tot grote tropische bosvogels, herkenbaar aan hun grote snavel met hoornachtige “casque”. Ze leven paarsgewijs of in kleine groepen en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime, goed beplante volières met nestgelegenheid, schaduw en een warm, vochtig klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (20–30 m² per koppel, 3–4 m hoog) met hoge zitstokken, dichte beplanting en open vliegzones; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig; nestkast of boomstam met diepe broedholte (50–80 cm) en smalle opening geschikt voor dichtmetselen.
- Klimaat: tropisch; temperatuur boven 22 °C, luchtvochtigheid 60–80%; verwarmd binnenverblijf vereist in koude klimaten; goed geventileerd maar zonder tocht.
- Sociaal: leven in paren of familiegroepen; tijdens broedperiode territoriaal – aparte verblijven aanbevolen; voorzichtigheid bij gemengde huisvesting vanwege mogelijke agressie.
- Voeding: zachtvoer voor fruiteters met vers fruit (banaan, papaja, peer, druiven); aanvullen met insecten, kleine knaagdieren of eieren; in kweek extra dierlijk eiwit; geen citrus of gefermenteerd voer; altijd vers drink- en badwater.
- Overig: nestkasten regelmatig reinigen; beschutting tegen zon en regen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag en broedsucces.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
- Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
- Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.
Man:
De man heeft een opvallend zwart verenkleed met een groene glans op de vleugels. De kop en nek zijn kastanjebruin, wat contrasteert met de zwarte borst. De snavel is groot en ivoorkleurig met een gele basis. De naakte huid rond de ogen is blauw, wat de donkere iris accentueert. De staartveren zijn wit met een lichte zwarte bandering aan de uiteinden. De poten zijn grijs en hebben een robuuste structuur.
Vrouw:
De vrouw heeft een overwegend zwart verenkleed zonder de groene glans van de man. Haar kop en nek zijn donkerder bruin, bijna zwart, met minder contrast. De snavel is kleiner en heeft een meer uniforme ivoorkleur. De naakte huid rond de ogen is minder opvallend blauw. De staart is gelijk aan die van de man, maar de bandering is subtieler. De poten zijn eveneens grijs, maar iets slanker.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een matte zwarte tint over het hele lichaam. De kop en nek zijn donkerbruin, zonder de glans van volwassen vogels. De snavel is kleiner en heeft een grijsachtige tint met een gele basis. De naakte huid rond de ogen is minder uitgesproken blauw. De staartveren zijn wit met een vage zwarte bandering. De poten zijn lichtgrijs en minder robuust dan bij volwassenen.
Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, grijsbruin verenkleed zonder duidelijke tekening. Hun snavel is kort en geelachtig van kleur.