Vogel
Sulawesi-jaarvogel
Sulawesi-jaarvogel
Rhyticeros cassidix
Log in om deze soort toe te voegenDe Sulawesi-jaarvogel (synoniem: Helmneushoornvogel of Aceros cassidix) behoort tot het geslacht Rhyticeros binnen de familie van Neushoornvogels (Bucerotidae).
Deze vogel komt uitsluitend voor op Sulawesi en nabijgelegen eilanden in Indonesi�, waar hij leeft in lage en bergachtige regenwouden tot zo'n 1800 meter hoogte. Hij nestelt in natuurlijke boomholtes en staat bekend om zijn unieke broedgedrag, waarbij het vrouwtje en de jongen veilig worden afgesloten terwijl het mannetje voedsel aanlevert. Deze soort speelt een belangrijke rol in het ecosysteem als zaadverspreider en vertoont sterke sociale banden.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Neushoornvogels (Bucerotiformes)
- Bird Family
- Neushoornvogels (Bucerotidae)
- Bird Genus
- Rhyticeros
Ringmaat
Man 16.0 mm Vrouw 16.0 mmWelzijnsadviezen
Neushoornvogels
Neushoornvogels zijn middelgrote tot grote tropische bosvogels, herkenbaar aan hun grote snavel met hoornachtige “casque”. Ze leven paarsgewijs of in kleine groepen en hebben in de avicultuur behoefte aan ruime, goed beplante volières met nestgelegenheid, schaduw en een warm, vochtig klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: ruime volière (20–30 m² per koppel, 3–4 m hoog) met hoge zitstokken, dichte beplanting en open vliegzones; droog, tochtvrij binnenverblijf aanwezig; nestkast of boomstam met diepe broedholte (50–80 cm) en smalle opening geschikt voor dichtmetselen.
- Klimaat: tropisch; temperatuur boven 22 °C, luchtvochtigheid 60–80%; verwarmd binnenverblijf vereist in koude klimaten; goed geventileerd maar zonder tocht.
- Sociaal: leven in paren of familiegroepen; tijdens broedperiode territoriaal – aparte verblijven aanbevolen; voorzichtigheid bij gemengde huisvesting vanwege mogelijke agressie.
- Voeding: zachtvoer voor fruiteters met vers fruit (banaan, papaja, peer, druiven); aanvullen met insecten, kleine knaagdieren of eieren; in kweek extra dierlijk eiwit; geen citrus of gefermenteerd voer; altijd vers drink- en badwater.
- Overig: nestkasten regelmatig reinigen; beschutting tegen zon en regen; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag en broedsucces.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
- Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
- Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.
Man:
De man heeft een opvallend glanzend zwart verenkleed met een groene iriserende glans op de vleugels. De kop en nek zijn helder geel, wat sterk contrasteert met de rest van het lichaam. De snavel is groot en ivoorkleurig met een opvallende rode basis. De naakte huid rond de ogen is blauw, wat de gele kop extra accentueert. De borst is diepzwart, terwijl de buik een lichtere tint zwart heeft. De poten zijn grijs met een licht ruwe textuur. De iris is rood, wat een scherp contrast vormt met de blauwe oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een overwegend bruin verenkleed met een matte afwerking, zonder de glans van de man. De kop en nek zijn donkerbruin, wat minder contrasterend is dan bij de man. De snavel is kleiner en heeft een meer uniforme ivoorkleur zonder rode basis. De naakte huid rond de ogen is bleker blauw, minder opvallend dan bij de man. De borst en buik zijn egaal bruin, zonder de zwarte tinten van de man. De poten zijn donkergrijs en hebben een gladde textuur. De iris is bruin, wat subtieler is dan de rode iris van de man.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer bruin verenkleed met een lichte glans op de vleugels. De kop en nek zijn lichtbruin, zonder de heldere kleuren van volwassen vogels. De snavel is kleiner en bleker, met een gele basis die nog niet volledig ontwikkeld is. De naakte huid rond de ogen is grijsachtig blauw, minder uitgesproken dan bij volwassenen. De borst en buik zijn lichtbruin, met een subtiele overgang naar de vleugels. De poten zijn lichtgrijs en hebben een gladde textuur. De iris is grijs, wat een neutrale uitstraling geeft.
Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, lichtbruin verenkleed zonder glans. De snavel is klein en geelachtig van kleur.