Vogel
Grijze langstaartkoekoek
Grijze langstaartkoekoek
Cercococcyx mechowi
Log in om deze soort toe te voegenDe Grijze langstaartkoekoek behoort tot het geslacht Cercococcyx binnen de familie van Koekoeken (Cuculidae).
Deze vogelsoort komt voor in dichte bossen van West- tot Centraal-Afrika, van Sierra Leone tot Tanzania. Hij is schuw en zeldzaam, voedt zich voornamelijk met insecten en laat zich vaak horen door zijn roep. Het is een standvogel die bekendstaat om zijn lange staart en discreet gedrag.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Koekoekachtigen (Cuculiformes)
- Bird Family
- Koekoeken (Cuculidae)
- Bird Genus
- Cercococcyx
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Koekoeken
Koekoeken zijn middelgrote insectivore vogels die voorkomen in tropische en gematigde regio’s. Veel soorten staan bekend om hun broedparasitisme, terwijl andere eigen nesten bouwen in dichte vegetatie. In de avicultuur vragen Koekoeken om ruime, beplante verblijven met schaduw, natuurlijke insectenvoeding en rust. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met struiken en open zones (25–40 m² per koppel); zitstokken op verschillende hoogtes; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, licht, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: tropisch tot gematigd; temperatuur 18–28 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen regen en wind.
- Sociaal: solitair of per koppel; tijdens broedperiode territoriaal; rustige, beschutte omgeving vermindert stress.
- Voeding: insecten, rupsen, wormen, krekels en larven; insectenvoer en meelwormen; aanvullen met zacht fruit; altijd schoon drinkwater aanwezig.
- Overig: dichte beplanting voor schuilgedrag; nestvoorziening afhankelijk van soort; dagelijkse hygiëne en natuurlijke lichtcyclus belangrijk voor welzijn.
Man:
De man heeft een overwegend bruin verenkleed met een subtiele groene glans op de vleugels. De kop is donkerder met een lichte streep boven de ogen. De borst is lichter bruin met fijne, donkere strepen die naar de buik toe vervagen. De staartveren zijn lang en hebben een lichte bandering aan de uiteinden. De snavel is zwart met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn grijs met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne, grijze oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een doffer bruin verenkleed zonder de groene glans van de man. De kop is egaal bruin met een iets lichtere keel. De borst en buik zijn lichtbruin met een subtiele, donkere vlekkenpatroon. De staart is korter dan die van de man en heeft minder uitgesproken bandering. De snavel is donkergrijs en iets korter dan die van de man. De poten zijn lichtgrijs met een matte afwerking. De iris is donkerbruin, zonder opvallende oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend grijsbruin verenkleed met een lichte, vlekkerige borst. De kop is egaal grijs met een onopvallende oogstreep. De vleugels zijn donkerder met een lichte, versleten rand aan de veren. De staart is kort en heeft een onduidelijke bandering. De snavel is lichtgrijs en recht. De poten zijn bleekgrijs met een ruwe textuur. De iris is lichtbruin, zonder duidelijke oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel is kort en geelachtig van kleur.