Vogel
Hispaniolahagediskoekoek
Hispaniolahagediskoekoek
Coccyzus longirostris
Log in om deze soort toe te voegenDe Hispaniolahagediskoekoek behoort tot het geslacht Coccyzus binnen de familie van Koekoeken (Cuculidae).
Deze vogel leeft uitsluitend op het eiland Hispaniola, dat gedeeld wordt door Ha�ti en de Dominicaanse Republiek, en komt ook voor op enkele kleine eilanden in de buurt. Hij bewoont zowel droge als vochtige bossen, waar hij zich ophoudt in dichte vegetatie. Deze koekoek voedt zich vooral met hagedissen, grote insecten en soms bessen. Hij zoekt zijn prooi vaak tussen de bladeren, waarbij hij soepel door het struikgewas manoeuvreert; zijn gedrag is schuw en hij blijft doorgaans goed verborgen. De soort is niet bedreigd, maar zijn voortbestaan is afhankelijk van het behoud van zijn leefgebied.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Koekoekachtigen (Cuculiformes)
- Bird Family
- Koekoeken (Cuculidae)
- Bird Genus
- Coccyzus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Koekoeken
Koekoeken zijn middelgrote insectivore vogels die voorkomen in tropische en gematigde regio’s. Veel soorten staan bekend om hun broedparasitisme, terwijl andere eigen nesten bouwen in dichte vegetatie. In de avicultuur vragen Koekoeken om ruime, beplante verblijven met schaduw, natuurlijke insectenvoeding en rust. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met struiken en open zones (25–40 m² per koppel); zitstokken op verschillende hoogtes; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, licht, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: tropisch tot gematigd; temperatuur 18–28 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen regen en wind.
- Sociaal: solitair of per koppel; tijdens broedperiode territoriaal; rustige, beschutte omgeving vermindert stress.
- Voeding: insecten, rupsen, wormen, krekels en larven; insectenvoer en meelwormen; aanvullen met zacht fruit; altijd schoon drinkwater aanwezig.
- Overig: dichte beplanting voor schuilgedrag; nestvoorziening afhankelijk van soort; dagelijkse hygiëne en natuurlijke lichtcyclus belangrijk voor welzijn.
Man:
De man heeft een overwegend grijsbruin verenkleed met een lichte glans op de vleugels. De kop is donkerder met een subtiele overgang naar de nek. De borst is lichter van kleur, bijna cr�mekleurig, met een zachte overgang naar de buik. De vleugels tonen een lichte bandering, vooral zichtbaar bij gespreide vleugels. De snavel is lang en slank, met een donkere bovensnavel en lichtere ondersnavel. De poten zijn grijsachtig met een gladde structuur. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne, lichte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder glans op de vleugels. De kop en nek zijn iets lichter, met een subtiele grijsbruine tint. De borst en buik zijn egaal cr�mekleurig, zonder duidelijke contrasten. De vleugels hebben een minder uitgesproken bandering dan bij de man. De snavel is iets korter, met dezelfde kleurverdeling als bij de man. De poten zijn lichtgrijs en hebben een iets ruwere textuur. De iris is donkerbruin, met een nauwelijks zichtbare oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een matte uitstraling, zonder de glans van volwassen vogels. De kop en nek zijn egaal grijsbruin, zonder duidelijke kleurverschillen. De borst en buik zijn lichtbruin, met een vage, onregelmatige bandering. De vleugels zijn donkerder, met een lichte, versleten rand aan de veren. De snavel is korter en dikker, met een uniforme donkere kleur. De poten zijn grijsbruin en hebben een gladde structuur. De iris is donker, zonder opvallende oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijsachtige donslaag. De snavel is kort en lichtgekleurd.