Vogel
Horsfields koekoek
Horsfields koekoek
Cuculus optatus
Log in om deze soort toe te voegenDe Horsfields koekoek behoort tot het geslacht Cuculus binnen de familie van Koekoeken (Cuculidae).
Deze zangvogel komt voor in gemengde coniferen- en loofbossen van Noord-Eurazi�, waaronder Rusland, Mongoli�, China, Korea en Japan. In de winter trekt hij naar Zuidoost-Azi� en delen van Australi�. Hij voedt zich voornamelijk met insecten en larven, die hij zoekt in bomen en struiken. Dit geheimzinnige dier is een broedparasiet en legt zijn eieren in nesten van zangvogels, waarbij de jongen vaak de gastheerjongen verdringen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Koekoekachtigen (Cuculiformes)
- Bird Family
- Koekoeken (Cuculidae)
- Bird Genus
- Cuculus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Koekoeken
Koekoeken zijn middelgrote insectivore vogels die voorkomen in tropische en gematigde regio’s. Veel soorten staan bekend om hun broedparasitisme, terwijl andere eigen nesten bouwen in dichte vegetatie. In de avicultuur vragen Koekoeken om ruime, beplante verblijven met schaduw, natuurlijke insectenvoeding en rust. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met struiken en open zones (25–40 m² per koppel); zitstokken op verschillende hoogtes; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, licht, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: tropisch tot gematigd; temperatuur 18–28 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen regen en wind.
- Sociaal: solitair of per koppel; tijdens broedperiode territoriaal; rustige, beschutte omgeving vermindert stress.
- Voeding: insecten, rupsen, wormen, krekels en larven; insectenvoer en meelwormen; aanvullen met zacht fruit; altijd schoon drinkwater aanwezig.
- Overig: dichte beplanting voor schuilgedrag; nestvoorziening afhankelijk van soort; dagelijkse hygiëne en natuurlijke lichtcyclus belangrijk voor welzijn.
Man:
De man heeft een grijs verenkleed met een lichte glans op de rug en vleugels. De borst is lichtgrijs met fijne, donkere dwarsbanden die naar de buik toe vervagen. De kop is iets donkerder grijs, met een scherp contrast met de blekere keel. De vleugels zijn lang en puntig, met donkere uiteinden en lichte randen. De staart is donkergrijs met witte vlekken aan de uiteinden van de veren. De snavel is gebogen en zwart met een lichte basis. De poten zijn geel en glad, met een stevige structuur.
Vrouw:
De vrouw heeft een bruinachtig verenkleed met een matte uitstraling, vooral op de rug en vleugels. De borst is lichtbruin met duidelijke, donkere dwarsbanden die doorlopen naar de buik. De kop is iets donkerder bruin, met een subtiel contrast met de lichtere keel. De vleugels zijn breed en afgerond, met donkere uiteinden en lichtere randen. De staart is bruin met witte vlekken aan de uiteinden van de veren. De snavel is gebogen en donker met een lichte basis. De poten zijn geelachtig en hebben een gladde textuur.
Juveniel:
Juvenielen hebben een bruin verenkleed met een lichte glans, vooral op de rug en vleugels. De borst is lichtbruin met onregelmatige, donkere dwarsbanden die naar de buik toe vervagen. De kop is donkerbruin, met een subtiel contrast met de lichtere keel. De vleugels zijn breed en afgerond, met donkere uiteinden en lichtere randen. De staart is donkerbruin met witte vlekken aan de uiteinden van de veren. De snavel is gebogen en donker met een lichte basis. De poten zijn geelachtig en hebben een gladde textuur.
Kuiken:
Kuikens hebben een donzig, lichtbruin verenkleed met een matte uitstraling. De snavel is kort en geelachtig.