Vogel
Siberische kraanvogel
Siberische kraanvogel
Leucogeranus leucogeranus
Log in om deze soort toe te voegenDe Siberische kraanvogel (Synoniem: Witte kraanvogel) behoort tot het geslacht Leucogeranus uit de familie van Kraanvogels (Gruidae).
De Siberische witte kraanvogel is een van 's werelds zeldzaamste vogelsoorten en komt uitsluitend nog voor in een oostelijke populatie die broedt in het noordoosten van Siberi� en overwintert rond het Poyang Lake in het stroomgebied van de benedenloop van de Yangtzerivier in China. Deze majestueuze vogel leeft voornamelijk in ondiepe moerassen en wetlands, waar hij ondiep voedsel zoekt en een sterke trouw aan vaste plekken toont, zowel op zijn broed- als wintergebieden. De soort is extreem gevoelig voor menselijke verstoring, vooral door jacht en het verlies van leefgebied door landbouw en waterbeheer, waardoor bescherming van de laatste wetlandhabitat cruciaal is voor het voortbestaan van deze kritiek bedreigde kraanvogel.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Kraanvogelachtigen (Gruiformes)
- Bird Family
- Kraanvogels (Gruidae)
- Bird Genus
- Leucogeranus
Ringmaat
Man 20.0 mm Vrouw 20.0 mmWelzijnsadviezen
Kraanvogels
Het welzijn van deze soort vraagt om zorgvuldige aandacht voor leefomgeving en huisvesting.
Om de kraanvogels op een verantwoorde en diervriendelijke manier te verzorgen, delen wij hieronder de belangrijkste aanbevolen richtlijnen.
- Voeding: variatie van planten, granen, dierlijke eiwitten of pellets.
- Sociaal: paren in broedseizoen, groepen buiten seizoen.
- Leefruimte: buitenverblijf met gras, beschutting en water.
- Klimaat: winterharde soorten buiten; subtropisch verwarmd; andere vorstvrij.
- Ruimte: grote soorten ± 200-300 m², kleine soorten ± 100-150 m², subtropische soorten ± 10 m² binnen.
Man:
Het mannetje heeft een volledig wit verenkleed over het gehele lichaam, met zwarte vleugeltoppen die zichtbaar zijn tijdens de vlucht. De kop is wit met een kale roodachtige huid rond de ogen en boven de snavel. De snavel is lang, recht en grijs tot hoornkleurig. De poten zijn donkergrijs tot zwart en lang, geschikt om in moerassige wetlands te waden. De iris is donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en vertoont hetzelfde witte verenkleed en rode huid rond de ogen. Ze is meestal iets kleiner en de snavel kan iets slanker zijn. De poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.
Juveniel:
Jonge vogels lijken op de volwassenen, maar het witte verenkleed is matter en licht grijzig. De kale rode huid rond de ogen is minder intens of nog niet volledig ontwikkeld. De snavel is korter en grijzer, de poten grijzer en de iris bruinachtig.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons met lichtere vlekken voor camouflage. De onderzijde is lichter, bijna beige. De snavel is kort en grijs, de poten grijsgroen en de iris donkerbruin. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen snavel, poten en volwassen wit verenkleed zich volledig, evenals de karakteristieke zwarte vleugeltoppen en rode huid rond de ogen.