Vogel
Koekoek
Koekoek
Cuculus canorus
Log in om deze soort toe te voegenDe Koekoek behoort tot het geslacht Cuculus binnen de familie van Koekoeken (Cuculidae).
Deze vogel is een broedparasiet die wijdverspreid voorkomt in Europa en Azi�, en overwintert in Afrika. Hij bewoont open gebieden zoals velden, moerassen en alpine streken. De vogel specialiseert zich in het leggen van eieren in de nesten van andere vogels, zoals kleine karekiet en heggenmus, en kan vari�ren in uiterlijk.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Koekoekachtigen (Cuculiformes)
- Bird Family
- Koekoeken (Cuculidae)
- Bird Genus
- Cuculus
Ringmaat
Man 5.5 mm Vrouw 5.5 mmWelzijnsadviezen
Koekoeken
Koekoeken zijn middelgrote insectivore vogels die voorkomen in tropische en gematigde regio’s. Veel soorten staan bekend om hun broedparasitisme, terwijl andere eigen nesten bouwen in dichte vegetatie. In de avicultuur vragen Koekoeken om ruime, beplante verblijven met schaduw, natuurlijke insectenvoeding en rust. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met struiken en open zones (25–40 m² per koppel); zitstokken op verschillende hoogtes; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, licht, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: tropisch tot gematigd; temperatuur 18–28 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen regen en wind.
- Sociaal: solitair of per koppel; tijdens broedperiode territoriaal; rustige, beschutte omgeving vermindert stress.
- Voeding: insecten, rupsen, wormen, krekels en larven; insectenvoer en meelwormen; aanvullen met zacht fruit; altijd schoon drinkwater aanwezig.
- Overig: dichte beplanting voor schuilgedrag; nestvoorziening afhankelijk van soort; dagelijkse hygiëne en natuurlijke lichtcyclus belangrijk voor welzijn.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een grijsblauwe kop en nek met een subtiele glans. De borst is lichtgrijs en gaat over in een witte buik met fijne, donkere dwarsbanden. De vleugels zijn donkergrijs met een lichte rand aan de dekveren. De rug en staart zijn donkergrijs met een lichte, versleten uitstraling aan de uiteinden. De snavel is gebogen en donkergrijs met een lichtere basis. De poten zijn geel en glad, zonder opvallende schubben. De iris is geel met een dunne, donkere oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een bruinachtige tint op de kop en nek, met een matte uitstraling. De borst is lichtbruin met een duidelijke bandering die doorloopt naar de buik. De vleugels zijn donkerbruin met lichtere randen aan de dekveren. De rug en staart zijn donkerbruin met een versleten uiterlijk aan de uiteinden. De snavel is gebogen en donkergrijs, met een lichtere basis. De poten zijn geel en glad, zonder opvallende schubben. De iris is geel met een dunne, donkere oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een bruinachtige kop en nek met een matte uitstraling. De borst is lichtbruin met een duidelijke bandering die doorloopt naar de buik. De vleugels zijn donkerbruin met lichtere randen aan de dekveren. De rug en staart zijn donkerbruin met een versleten uiterlijk aan de uiteinden. De snavel is gebogen en donkergrijs, met een lichtere basis. De poten zijn geel en glad, zonder opvallende schubben. De iris is bruin met een dunne, donkere oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel is kort en lichtgekleurd.