Vogel
Mangrovekoekoek
Mangrovekoekoek
coccyzus minor
Log in om deze soort toe te voegenDe Mangrovekoekoek behoort tot het geslacht coccyzus binnen de familie van Koekoeken (Cuculidae).
Deze vogel leeft voornamelijk in mangrovebossen, kustgebieden en loofbossen van Zuid-Florida tot Zuid-Amerika. Hij voedt zich met insecten, kleine hagedissen en soms eieren of jongen van andere vogels. Met een schuchtere en stille leefwijze schuimt hij dichte vegetatie af en broedt solitaire in het natte moerasgebied.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Koekoekachtigen (Cuculiformes)
- Bird Family
- Koekoeken (Cuculidae)
- Bird Genus
- Coccyzus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Koekoeken
Koekoeken zijn middelgrote insectivore vogels die voorkomen in tropische en gematigde regio’s. Veel soorten staan bekend om hun broedparasitisme, terwijl andere eigen nesten bouwen in dichte vegetatie. In de avicultuur vragen Koekoeken om ruime, beplante verblijven met schaduw, natuurlijke insectenvoeding en rust. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met struiken en open zones (25–40 m² per koppel); zitstokken op verschillende hoogtes; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, licht, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: tropisch tot gematigd; temperatuur 18–28 °C; bij < 15 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen regen en wind.
- Sociaal: solitair of per koppel; tijdens broedperiode territoriaal; rustige, beschutte omgeving vermindert stress.
- Voeding: insecten, rupsen, wormen, krekels en larven; insectenvoer en meelwormen; aanvullen met zacht fruit; altijd schoon drinkwater aanwezig.
- Overig: dichte beplanting voor schuilgedrag; nestvoorziening afhankelijk van soort; dagelijkse hygiëne en natuurlijke lichtcyclus belangrijk voor welzijn.
Man:
De man heeft een overwegend grijsbruin verenkleed met een lichte glans op de vleugels. De kop is donkerder met een subtiele overgang naar de nek. De borst en buik zijn lichter van kleur, bijna cr�mekleurig. De vleugels vertonen een lichte bandering, vooral zichtbaar bij gespreide vleugels. De snavel is lang en gebogen, met een donkere bovensnavel en lichtere ondersnavel. De poten zijn grijsachtig met een gladde structuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een dunne, lichte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder glans. De kop en nek zijn iets lichter, met een subtiele overgang naar de borst. De buik is cr�mekleurig, maar iets doffer dan bij de man. De vleugels hebben een minder uitgesproken bandering. De snavel is iets korter en minder gebogen, met dezelfde kleurschakeringen. De poten zijn grijsachtig, maar iets matter van structuur. De iris is donkerbruin, met een iets bredere oogring dan bij de man.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een meer uniforme grijsbruine tint. De kop en nek zijn minder contrasterend met de rest van het lichaam. De borst en buik zijn lichtbruin, zonder de cr�mekleurige tint van volwassenen. De vleugels vertonen een vage bandering, minder uitgesproken dan bij volwassen vogels. De snavel is korter en rechter, met een uniforme donkere kleur. De poten zijn grijsachtig, met een ruwe textuur. De iris is donkerbruin, zonder duidelijke oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijsachtige donslaag. De snavel is kort en lichtgekleurd.