Vogel
Gemarmerde tandkwartel
Gemarmerde tandkwartel
Odontophorus gujanensis
Log in om deze soort toe te voegenDe Gemarmerde tandkwartel behoort tot het geslacht Odontophorus binnen de familie van Boomkwartels, Tandkwartels (Odontophoridae).
De gemarmerde houtkwartel is een bodembewoner van vochtige regenwouden en nevelwouden in Midden- en Zuid-Amerika, waar hij voorkomt van Costa Rica tot Brazili�, tot op hoogtes van 1800 meter. De soort is te vinden in het dichte struikgewas en toler
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Amerikaanse kwartels (Odontophoridae)
- Bird Genus
- Odontophorus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
Boomkwartels en tandkwartels
Boomkwartels en tandkwartels zijn voornamelijk grondbewonende vogels afkomstig uit Midden- en Zuid-Amerika. Ze leven in dichte vegetatie en vragen in de avicultuur om rustige, goed beplante volières met voldoende beschutting en zachte bodembedekking. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: grondgerichte volière (ca. 6–10 m² per paar, 2 m hoog) met zachte bodem (zand, aarde, bladeren) en dichte beplanting; droog nachthok of schuilruimte.
- Klimaat: gevoelig voor kou en vocht; temperatuur > 10 °C; bij lage temperaturen verwarmd binnenverblijf; goede ventilatie zonder tocht.
- Sociaal: houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedseizoen extra ruimte en schuilplekken tegen territoriaal gedrag.
- Voeding: kwartel- of fazantenvoer met zaden, groenvoer (gras, bladgroen, groenten) en dierlijke eiwitten (insecten, meelwormen); altijd grit, zand en vers water.
- Overig: droge, goed gedraineerde bodem; rustige, schaduwrijke omgeving; overbezetting vermijden om stress te voorkomen.
Man:
De man heeft een opvallend patroon van zwarte en witte strepen op de kop. De nek is donkerbruin met subtiele kastanjebruine tinten. De borst is grijsbruin met fijne, lichte vlekken die naar de buik toe vervagen. De vleugels zijn donker met lichte randen, wat een versleten indruk kan geven. De rug is donkerbruin met een matte afwerking en lichte vlekken. De snavel is kort en zwart, met een lichte kromming aan het uiteinde. De poten zijn grijs met een gladde textuur en de ogen hebben een donkere iris.
Vrouw:
De vrouw heeft een minder contrasterend verenkleed dan de man, met meer gedempte kleuren. De kop is bruin met een lichte streep boven de ogen. De nek en borst zijn egaal bruin met een subtiele glans. De buik is lichter van kleur, met een zachte overgang naar de borst. De vleugels zijn bruin met lichte randen, die minder versleten lijken dan bij de man. De snavel is donkergrijs en iets slanker dan die van de man. De poten zijn lichtgrijs en de ogen hebben een bruine iris.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een vage streping op de kop. De nek en borst zijn lichter bruin met een matte afwerking. De buik is egaal lichtbruin zonder duidelijke vlekken of strepen. De vleugels zijn donkerbruin met lichte randen, die een versleten indruk geven. De rug is donkerbruin met een subtiele glans en lichte vlekken. De snavel is kort en grijs, met een lichte kromming. De poten zijn grijs en de ogen hebben een donkere iris.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat overwegend bruin is. Ze hebben een lichte streep boven de ogen en een donkere snavel.