Langstaartboomkwartel

Dendrortyx macroura

Log in om deze soort toe te voegen

De Langstaartboomkwartel behoort tot het geslacht Dendrortyx binnen de familie van Boomkwartels, Tandkwartels (Odontophoridae).

De Mexicaanse bospatrijs is een aan de grond levende vogel uit de familie van de Odontophoridae, die alleen voorkomt in Midden- en Zuid-Mexico, waar hij leeft in de dichte ondergroei van vochtige naald- en montane bossen op hoogtes tussen 1.200 en 3.300 meter. Deze schuwe soort heeft een onopvallend verenkleed in aardse tinten, meestal zwart, grijs, bruin en kastanjebruin met een opvallende lange staart � iets korter bij de vrouwtjes �, een korte kuif en duidelijke witte strepen op zijn kop. Het gedrag van de Mexicaanse bospatrijs is nog weinig bestudeerd, maar het is bekend dat ze moeilijk waarneembaar zijn door hun verborgen leefwijze en neiging om bij verstoring diep de begroeiing in te vluchten. Hierdoor zijn waarnemingen zeldzaam, maar de soort wordt als niet bedreigd beschouwd.

Langstaartboomkwartel
Long-tailed Wood Partridge
Langschwanzwachtel
Colin � longue queue

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Amerikaanse kwartels (Odontophoridae)
Bird Genus
Dendrortyx

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Boomkwartels en tandkwartels

Boomkwartels en tandkwartels zijn voornamelijk grondbewonende vogels afkomstig uit Midden- en Zuid-Amerika. Ze leven in dichte vegetatie en vragen in de avicultuur om rustige, goed beplante volières met voldoende beschutting en zachte bodembedekking. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: grondgerichte volière (ca. 6–10 m² per paar, 2 m hoog) met zachte bodem (zand, aarde, bladeren) en dichte beplanting; droog nachthok of schuilruimte.
  • Klimaat: gevoelig voor kou en vocht; temperatuur > 10 °C; bij lage temperaturen verwarmd binnenverblijf; goede ventilatie zonder tocht.
  • Sociaal: houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedseizoen extra ruimte en schuilplekken tegen territoriaal gedrag.
  • Voeding: kwartel- of fazantenvoer met zaden, groenvoer (gras, bladgroen, groenten) en dierlijke eiwitten (insecten, meelwormen); altijd grit, zand en vers water.
  • Overig: droge, goed gedraineerde bodem; rustige, schaduwrijke omgeving; overbezetting vermijden om stress te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Boomkwartels en tandkwartels

Man:
De man heeft een overwegend donkerbruin verenkleed met een subtiele groene glans op de rug. De kop is donkerder met een lichte streep boven de ogen, die een scherp contrast vormt. De borst is grijsbruin met fijne, lichte streepjes die naar de buik toe vervagen. De vleugels vertonen een patroon van donkere en lichtere banden, wat een gestreept effect geeft. De staart is lang en donker met een lichte rand aan de uiteinden van de veren. De snavel is kort en zwart, met een lichte wasachtige basis. De poten zijn grijs met een gladde textuur.

Vrouw:
De vrouw heeft een meer gedempte bruine kleur met een matte afwerking op de rug. De kop is minder contrastrijk, met een subtiele, lichte wenkbrauwstreep. De borst is lichtbruin met een fijne, donkere stippeling die naar de buik toe lichter wordt. De vleugels hebben een minder uitgesproken bandering dan de man, maar vertonen wel een lichte streep. De staart is korter en heeft een minder duidelijke rand. De snavel is donkergrijs met een minder opvallende was. De poten zijn lichtgrijs en hebben een iets ruwere textuur.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend dofbruin verenkleed met een vage, lichte streep op de kop. De borst is lichter met een onregelmatige, donkere vlekkenpatroon dat naar de buik toe vervaagt. De vleugels zijn minder contrastrijk en hebben een onduidelijke bandering. De staart is kort en heeft een uniforme bruine kleur zonder duidelijke randen. De snavel is lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld. De poten zijn bleekgrijs en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin met een onopvallende oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat een lichtbruine kleur heeft. De snavel en poten zijn bleekgeel en nog niet volledig ontwikkeld.