Vogel
Virginische boomkwartel
Virginische boomkwartel
Colinus virginianus
Log in om deze soort toe te voegenDe Virginische boomkwartel (synoniem: Bobwhite kwartel) behoort tot het geslacht Colinus binnen de familie van Boomkwartels, Tandkwartels (Odontophoridae).
Deze compacte vogel komt voor in het oosten van Noord-Amerika, waar hij leeft in graslanden, struikgewas en landbouwranden. Hij voedt zich vooral met zaden en insecten. Sociaal van aard, vormt hij groepen die samen leven en elkaar beschermen. Het kenmerkende fluitende geluid helpt bij het communiceren tussen soortgenoten.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Amerikaanse kwartels (Odontophoridae)
- Bird Genus
- Colinus
Ringmaat
Man 6.0 mm Vrouw 6.0 mmWelzijnsadviezen
Boomkwartels en tandkwartels
Boomkwartels en tandkwartels zijn voornamelijk grondbewonende vogels afkomstig uit Midden- en Zuid-Amerika. Ze leven in dichte vegetatie en vragen in de avicultuur om rustige, goed beplante volières met voldoende beschutting en zachte bodembedekking. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: grondgerichte volière (ca. 6–10 m² per paar, 2 m hoog) met zachte bodem (zand, aarde, bladeren) en dichte beplanting; droog nachthok of schuilruimte.
- Klimaat: gevoelig voor kou en vocht; temperatuur > 10 °C; bij lage temperaturen verwarmd binnenverblijf; goede ventilatie zonder tocht.
- Sociaal: houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedseizoen extra ruimte en schuilplekken tegen territoriaal gedrag.
- Voeding: kwartel- of fazantenvoer met zaden, groenvoer (gras, bladgroen, groenten) en dierlijke eiwitten (insecten, meelwormen); altijd grit, zand en vers water.
- Overig: droge, goed gedraineerde bodem; rustige, schaduwrijke omgeving; overbezetting vermijden om stress te voorkomen.
Man:
De man heeft een opvallend zwart-wit gestreepte keel en wenkbrauwstreep. De borst is warm bruin met een lichte, bijna gouden glans. De rug en vleugels vertonen een complex patroon van kastanjebruin en zwart, met fijne witte vlekken. De buik is lichter, met een subtiele cr�mekleurige tint. De snavel is kort en donkergrijs, met een lichte curve. De poten zijn grijsachtig met een gladde textuur. De ogen hebben een donkere iris met een dunne, lichte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een meer gedempte kleurstelling met een overwegend bruin verenkleed. De keel en wenkbrauwstreep zijn minder contrasterend, met een beige tot lichtbruine tint. De rug en vleugels zijn bruin met een fijn patroon van lichtere vlekken. De borst en buik zijn cr�mekleurig met een subtiele bandering. De snavel is iets lichter dan die van de man, met een vergelijkbare vorm. De poten zijn lichtgrijs en hebben een iets ruwere textuur. De ogen hebben een donkere iris met een minder opvallende oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een vage bandering op de borst. De rug en vleugels zijn donkerder bruin met lichtere vlekken, minder uitgesproken dan bij volwassenen. De keel en wenkbrauwstreep zijn vaag en minder contrasterend. De buik is lichtbruin met een subtiele cr�mekleurige tint. De snavel is lichtgrijs en nog in ontwikkeling, met een minder uitgesproken curve. De poten zijn grijsachtig en hebben een gladde textuur. De ogen hebben een donkere iris met een nauwelijks zichtbare oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zacht, donzig verenkleed dat voornamelijk geelbruin is. De snavel is klein en lichtgekleurd, met een rechte vorm.